Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Walter Langley

Walter Langley

Walter Langley (1852-1922) was een Britse kunstenaar. Hij werd geboren te Birmingham, en was in 1882 de eerste van de Newlyn Group artiesten die zich daar vestigden. Langley begon zijn artistieke carrière op vijftienjarige leeftijd als leerling-lithograaf in Birmingham. Op zijn eenentwintigste won hij een studiebeurs voor South Kensington waar hij design studeerde. Hij keerde terug naar Birmingham en werkte er als lithograaf, maar in zijn vrije tijd schilderde hij. Na verloop van tijd gaf hij zijn werk als lithograaf op om zich volledig te wijden aan de schilderkunst. Alhoewel hij een zeer goede olieverfschilder was legde hij zich toch toe op het schilderen van aquarellen. Hij schilderde scènes uit het leven in een klein vissersdorp en dit werk vertoont grote sympathie voor het harde leven van de bewoners van Newlyn. Een opmerkelijke stijlverwantschap met het Sociaal Realisme van Constantin Meunier, Maurice Langaskens of Leon Fréderic ligt voor de hand. Langley stierf in 1922 te Penzance en werd ook daar begraven. Langley

1852

----

Gebeurtenissen


- 1 januari - De postzegel wordt in Nederland ingevoerd.
- 1 juli - De Haarlemmermeer wordt drooggelegd.
- 12 november - Op het Proces van Keulen horen de "Keulse Kommunisten" zich beschuldigen van hoogverraad en worden zeven van de elf aanwezige beschuldigden veroordeeld tot in totaal 36 jaar vestingstraf. Dit proces "besluit de eerste fase van de Duitse arbeidersbeweging" zegt Friedrich Engels. ----

Geboren

;april
- 14 - Jacob Meijer de Haan, Nederlands kunstschilder ;mei
- 1 - Friedrich von Moltke, Duits staatsman († 1927)
- 4 - Alice Liddell, inspiratie voor Lewis Carolls boek Alice in Wonderland
- 5 - Pietro Gasparri, Italiaans kardinaal-staatssecretaris ;juni
- 25 - Antoni Gaudí, Spaans architect ;juli
- 20 - Theodorus Heemskerk ;augustus
- 30 - J.H. van 't Hoff, Nederlands scheikundige ;september
- 30 - Charles Villiers Stanford, Engels componist ;oktober
- 2 - William Ramsay, Schots chemicus, ontdekker van de inerte gassen ;november
- 18 - Mikolas Ales, Tsjechisch kunstenaar ;december
- 15 - Antoine Henri Becquerel, Frans natuurkundige
- 19 - Albert Michelson, Duits fysicus ----

Overleden

;januari
- 6 - Louis Braille, Frans uitvinder ;maart
- 4 - Nikolaj Gogol, Russisch schrijver ;november
- 27 - Ada Lovelace, Brits wiskundige Categorie:19e eeuw ko:1852년 ms:1852 simple:1852 th:พ.ศ. 2395

Birmingham (Engeland)

Birmingham is een stad in het Verenigd Koninkrijk, in de regio West Midlands. De stad is de op-een-na-grootste stad van het land, en had in 2002 989.956 inwoners. In de hele metropool leven circa 2,6 miljoen mensen. Birmingham was het centrum van de Britse metaalindustrie en van "Black Country", zo genoemd naar de rokende fabrieksschoorstenen die zich hier concentreerden ten tijde van de Industriële revolutie. Evenals andere steden uit de regio, zoals Wolverhampton, Dudley en Coventry, is Birmingham tegenwoordig een centrum voor de dienstverlenende sector, met futuristische hoogbouwkantoren. Hoe het gebied er vroeger uitzag is nog een beetje te zien in het Black Country Museum, dat een aantal authentieke huizen en ambachtelijke bedrijfjes toont. Birmingham wordt vaak Brum genoemd (afgeleid van de oude naam Brummagem), en de inwoners heten Brummies. Het is een van de meest multiculturele steden van het Verenigd Koninkrijk. Een groot deel van de bevolking komt uit het Caraïbische gebied, uit het Indische subcontinent of uit Ierland. Volgens de volkstelling van 2001 behoort 29,7 % van de inwoners tot een etnische minderheid. In Birmingham wonen na Jamaica de meeste Rastafaris ter wereld, en in de stad vindt ook de op-twee-na-grootste parade ter gelegenheid van St. Patrick's Day plaats (na Dublin en New York). De stad wordt jaarlijks door miljoenen toeristen bezocht, en biedt na West End in Londen de beste gelegenheid van het het land om inkopen te doen. Het ooit door reusachtige grauwe industriecomplexen gedomineerde stadsbeeld is in de laatste jaren aanzienlijk opgeknapt.

Geschiedenis

Oudheid en vroege Middeleeuwen

Het gebied rond Birmingham kende in de bronstijd al kleine boerendorpen. In de Romeinse tijd liep een belangrijke weg door Birmingham. In het gebied van de huidige zuidelijke voorsteden bevond zich toen een Romeins legerkamp. Er is een kleine Romeinse vestiging (vicus) opgegraven. Na het vertek van de Romeinen is het gebied geruime tijd dun bevolkt gebleven, omdat de bodem ongeschikt was voor intensieve landbouw. Het gebied waar nu de stad ligt was in die tijd bedekt met bos. De naam Birmingham komt van het angelsaksische Beormaham (dorp van de stam van Beorma). Beorma was waarschijnlijk een lokaal stamhoofd. Later werd de naam Brummagem en tenslotte Birmingham.

Middeleeuwen

Na de verovering van Engeland door de Noormannen werd het gebied een leen van een familie de Birmingham, die daar een klein boerendorp lieten oprichten. In het Domesday Book wordt Birmingham genoemd als een relatief onbelangrijk dorp met een waarde van slechts 20 Shilling. In het jaar 1154 verkreeg leenheer Peter de Birmingham het recht markten te laten houden. De markt, die Bull Ring werd genoemd, maakte de ontweikkling mogelijk van een onbeduidend boerendorp tot welvarend handelscentrum. Rond 1300 was Birmingham al de op twee na grootste plaats van de graafschap Warwickshire, na Coventry en Warwick. De familie De Birmingham heerste over het gebied tot 1527, toen de hertog van Northumberland het leen overnam.

Begin van de industrialisatie

Vanaf de 15e eeuw werd Birmingham het centrum van taltijke metaalverwerkende bedrijven, en van de wapensmeden (zwaarden en geweren). Omdat Birmingham in het midden van het land lag, ver van de zeehandelsroutes, moesten producten van hoge kwaliteit worden geleverd, wilde men een kans hebben op de exportmarkt. De naam Birmingham werd al snel synoniem met kwaliteit. De wapenhandel kreeg vooral een impuls door de Engelse Burgeroorlog. In 1642 werd Birmingham door koninklijke troepen verwoest. Daarom koos de stad de kant van de republikeinen en leverde wapens aan hun leger. Voor de troepen van Oliver Cromwell zouden maar liefst vijftienduizend zwaarden zijn geleverd.

De industriële revolutie

Dankzij de goedopgeleide arbeidskrachten en door de ligging van Birmingham dicht bij de steenkoolgroeven van Warwickshire en Staffordshire groeide de stad snel. Aan het eind van de achttiende eeuw was Birmingham de grootste stad van Warwickshire. Rond 1800 werd een fijnvertakt netwerk van kanalen aangelegd, dat de groei nog meer bevorderde. In de jaren dertig van de negentiende eeuw werden spoorwegen naar Liverpool, Manchester en Londen aangelegd. Birmingham New Street werd een van de belangrijkste stations van het land. Rond 1850 was Birmingham al de op een na grootste stad van het land. Birmingham kreeg de bijnaam "city of a thousand trades" vanwege de enorme verscheidenheid aan goederen die hier werden geproduceerd. De vele industriecomplexen maakten Birmingham tot een grijze, ongezonde en onvriendelijke stad. In 1896 kreeg Birmingham stadsrechten. Tussen 1889 en 1911 werden de voorsteden Aston, Edgbaston, Erdington, Handsworth, King’s Norton, Northfield en Yardley deel van de gemeente.

Twintigste eeuw

Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog werden in Birmingham allerlei militaire goederen geproduceerd: munitie, bepantsering, helmen en mijnen. Ook werden hier jachtvliegtuigen en bommenwerpers gebouwd (Hawker Hurricane, Avro Lancaster, Spitfire). De stad werd door bombardementen door de Duitse Luftwaffe zwaar beschadigd. Meer dan vijfduizend mensen werden gedood, en meer dan zesduizend huizen werden verwoest, maar het moreel bleef ongebroken. Men zegt dat het Verenigd Koninkrijk de oorlog zou hebben verloren zonder de industriële productie van Birmingham. Na de oorlog werden veel van de getroffen arbeiderswijken afgebroken, omdat ze zich deels tot achterbuurten hadden ontwikkeld. Grote delen van de stad, inclusief het centrum, werden opnieuw gebouwd. Na een gemeentelijke herindeling in 1974 werd de voorstad Sutton Coldfield bij Birmingham gevoegd. Birmingham werd een stadsdistrict. In 1950 begon een grote immigratiegolf. Veel mensen uit het Brits Gemenebest trokken naar Birmingham en de nabije omgeving. In het jaar 2001 behoorde 29.7 % van de bevolking tot etnische minderheden. Van de totale bevolking kwam 10.6 % uit Pakistan, 5.7 % uit India en 6.1 % uit het Caraïbische gebied. Vanaf 1980 volgde een tweede golf, ditmaal van mensen uit Kosovo en uit Somalië. Meningsverschillen tussen minderheden en de politie leidden in 1985 tot hevige rassenenrellen. Sinds de jaren zeventig ontwikkelde Birmingham zich van industriestad tot centrum voor de dienstverlenende sector. Naast de luchthaven werd het National Exhibition Centre gebouwd, de grootste jaarbeurs van het land. In 1998 vond in Birmingham een G8-topontmoeting plaats, en in 1999 vond hier het wereldwijde IUGG-congres plaats. Birmingham was kandidaat Culturele hoofdstad van Europa voor 2008, zonder succes.

Ontwikkeling van het aantal inwoners

:1550: 1.500 :1650: 5.000 :1750: 24.000 :1800: 75.000 :1900: 650.000 :1981: 1.013.431 :2002: 990.000

Economie

In de tijd van de Industriële Revolutie bloeiden Birmingham en de omliggende streken op. In de fabrieken werden zwaarden, kanonnen, pistolen, uurwerken, sieraden, spoorwegwagons en stoommachines vervaardigd. Hoewel Birmingham meer dan 100 kilometer van zee ligt, werden er zelfs schepen gebouwd. De voorgefabriceerde delen werden aan de kust samengevoegd. In 1836 werd het eerste filiaal van de Midland Bank geopend. Dit was een van de grootste banken van het land. Tegenwoordig is de Midland Bank onderdeel van het HSBC-concern. Tot 2003 werden in de Birmingham Mint, de oudste onafhankelijke Munt ter wereld, munten geslagen. Birmingham is een centrum van de bierindustrie en de chocoladeindustrie. Ook worden er auto's van de MG Rover Group gebouwd. Hoewel de industrie nog steeds een belangrijke rol speelt, wordt deze langzaam maar zeker door de dienstensector overtroffen. De financiële sector en het toerisme worden steeds belangrijker.

Sport

In Birmingham spelen twee van de oudste en meest gerenommeerde voetbalclubs van de Premier League, Aston Villa (opgericht in 1874) en Birmingham City (opgericht in 1875). De club West Bromwich Albion komt uit een van de voorsteden. De eerste professionele voetbalbond van Engeland werd op 22 maart 1885 opgericht in Aston. Birmingham is ook het centrum van de Britse atletiek. In 2003 werden hier de wereldkampioenschappen indoor atletiek gehouden. In 2007 vinden hier de Europese kampioenschappen indoor atletiek plaats. Andere geliefde sporten zijn golf, rugby, basketbal, boksen, cricket, hockey en badminton.

Cultuur

badminton

Rock- en popmuziek

Aan het eind van de jaren zestig ontstond in Birmingham de heavy metal-stroming, met bands als Black Sabbath. Ook The Fortunes, The Move en Robert Plant, de zanger van Led Zeppelin, komen uit Birmingham. De firma Bradmatic uit Birmingham ontwikkelde en fabriceerde de Mellotron; een van de eerste bruikbare synthesizers - zij het nog geheel mechanisch. De Mellotron had veel invloed op symfonische rockmuziek, bijvoorbeeld van de uit Birmingham afkomstige groep The Moody Blues. Andere bands die hier begonnen waren The Spencer Davies Group, Judas Priest, Bolt Thrower, Napalm Death, Traffic en Electric Light Orchestra. Verder zijn zangers en liedjesschrijvers als Steve Winwood, Carl Palmer (van Emerson, Lake & Palmer), Phil Lynott (van Thin Lizzy), Jeff Lynne en Joan Armatrading uit Birmingham afkomstig, of startten er hun carrière. Na de immigratie vanuit het Caraibische gebied in de jaren zeventig, werd de reggae-muziek steeds belangrijker; de bekendste vertegenwoordiger is UB40. In de jaren tachtig werden andere bands uit Birmingham wereldberoemd, zoals Duran Duran en Dexy’s Midnight Runners. In de jaren negentig werd Birmingham het centrum van de Britse hiphop, de house en de door Indiasche elementen beïnvloede Bhangra rap.

Klassieke muziek

Birmingham bezit twee vooraanstaande instituten op het gebied van klassieke muziek: het City of Birmingham Symphony Orchestra (CBSO) en het Birmingham Royal Ballet. Het CBSO werd onder meer gedirigeerd door Adrian Boult en Simon Rattle. Van 1784 tot 1912 vond het Birmingham Triennal Music Festival plaats, dat destijds als het beste muziekfestival van het Verenigd Koninkrijk gold. Beroemde componisten als Mendelssohn en Antonín Dvořák schreven speciaal voor dit festival nieuwe composities.

Literatuur

Enkele beroemde schrijvers leefden in Birmingham en schreven daar bekende werken:
- Arthur Conan Doyle, de schrijver van de Sherlock Holmes-boeken leefde in de voorstad Aston.
- Barbara Cartland, bekend vanwege haar romannetjes, en ook wel The Lady in Pink, genoemd, werd in de voorstad Edgbaston geboren
- J.R.R. Tolkien, de schrijver van In de ban van de ring, bracht een groot deel van zijn jeugd in Birmingham en omgeving door.

Cultuur algemeen

Birmingham bezit talrijke theaters en galerieën. De stad speelde ook een pioniersrol in de graffiti- en hiphop-cultuur. Er vinden talrijke culturele evenementen plaats, bijvoorbeeld de op twee na grootste parade ter wereld ter gelegenheid van St. Patrick’s Day (na Dublin en New York), de taptoe Birmingham Tattoo en het Birmingham Film Festival.

Bezienswaardigheden

taptoe

- Birmingham Museum & Art Gallery
- Birmingham Botanical Gardens
- The Barber Institute of Fine Arts – museum met werken van Van Gogh, Rodin, Picasso en Monet
- New Street Station – een van de grootste spoorwegstations van het land
- Rotunda – cilindervormige kantoortoren
- Brindleyplace en Millennium Point – twee voorbeelden van succesvolle stadsvernieuwing
- Chinese Quarter – de Chinese wijk kent tegenwoordig een druk nachtleven
- National Sealife Centre – reusachtige zoet- en zoutwateraquaria
- Birmingham Thinktank – technisch museum, met onder meer de oudste nog werkende stoommachine ter wereld (in 1779 gebouwd door James Watt)
- Jewellery Quarter - de grootste concentratie van juwelierszaken en sieradenateliers in Europa
- Bullring - nieuw winkelcentrum in de binnenstad van Birmingham

Onderwijs

Birmingham heeft drie universiteiten, de University of Birmingham, de Aston University en de University of Central England (vroeger bekend alsBirmingham Polytechnic). De beide laatsten bereiden een fusie voor. Het meer dan honderd jaar oude conservatorium van Birmingham is een van de meeste gerenommeerde in het land.

Beroemde inwoners


- Barbara Cartland – schrijfster van romantische boeken; stiefgrootmoeder van Prinses Diana
- Neville Chamberlain – Brits premier van 1937 tot 1940
- Ann Haydon-Jonestennisspeelster, won in de jaren zestig eenmaal Wimbledon en tweemaal French Open
- Samuel Johnson – geleerde en schrijver
- Nigel MansellFormule 1-wereldkampioen 1992
- Nick Mason - drummer bij de band Pink Floyd
- J.R.R. Tolkien, de schrijver van In de ban van de ring, bracht een groot deel van zijn jeugd in Birmingham en omgeving door.
- James Watt – ontwikkelde in Birmingham de stoommachine

Verkeer

stoommachine Het hoofdstation van Birmingham, New Street Station, geldt als grootste spoorwegknooppunt van het Verenigd Koninkrijk. Van hier vertrekken treinen naar alle belangrijke steden van het land. De Midland Metro is een tram, die Birmingham met de naburige steden Wednesbury, West Bromwich en Wolverhampton verbindt. Er zijn plannen voor uitbreidingen in het centrum en naar Dudley. De stadsbussen zijn verregaand gedereguleerd. Bij Birmingham komen verschillende autosnelwegen samen. Het knooppunt Gravelly Hill, noordoosteliijk van de stad, is dermate gecompliceerd dat het schertsend "Spaghetti Junction" wordt genoemd. In het oosten van de stad ligt de luchthaven Birmingham International, met vluchten naar bestemmingen in geheel Europa en naar New York. De luchthaven heeft een spoorwegverbinding. Door Birmingham stromen geen belangrijke rivieren. De stad vormt echter het knooppunt van het kanalenstelsel van Midden-Engeland. De lengte van de kanalen binnen de stadsgrenzen bedraagt 60 kilometer. Er wordt vaak opgemerkt dat Birmingham meer kanalen bezit dan Venetië (de oppervlakte van de stad is ook een beetje groter). Veel kanalen waren in de loop der tijd onbevaarbaar geworden, maar zijn sinds de jaren tachtig weer open. Ze zijn geliefde toeristische trekpleisters met veel bars en restaurants er omheen. Image:bt tower brum 025591.JPG|Farmers Bridge Locks Image:ThreeBrindleyplaceBirmingham_CopyrightKaihsuTai.JPG|Three Brindley Place Image:BirminghamUK skyline Centenary Square 700.jpg|Skyline vanaf Centenary Square Image:NIA, Birmingham.jpg|The National Indoor Arena

Zustersteden


- Lyon, Frankrijk
- Frankfurt am Main, Duitsland
- Leipzig, Duitsland
- Milaan, Italië
- Johannesburg, Zuid-Afrika
- Chicago, USA

Externe link


- [http://www.birmingham.org.uk Officiële website] categorie:Stad in Engeland Categorie:Metropool in Europa ja:バーミンガム simple:Birmingham, England th:เบอร์มิงแฮม

Lithografie

Lithografie is een grafische techniek. Het woord is afgeleid van het Grieks: λιθος lithos = steen en γραφειν grafein =tekenen/schrijven en betekent steendruk. Lithografie maakt gebruik van het vet in het tekenmateriaal en het vet in de drukinkt. Als drager van de tekening dient kalksteen. Wanneer de tekening op de steen af is wordt de steen vochtig gehouden en het tekenmateriaal vervangen door drukinkt (zie Techniek). Met een pers wordt de geïnkte tekening overgebracht op papier.

De lithografie is eind achttiende eeuw ontdekt door Alois Senefelder. Hij zocht een meer gepaste wijze om bladmuziek te vermenigvuldigen. Schijnbaar voldeed de diepdruk/gravure niet voor een drukopdracht die hij had gekregen. Na allerlei experimenten ging hij uiteindelijk kalksteen gebruiken. Het toeval wou dat hij woonachtig was in Beieren, Zuid-Duitsland, waar 'zuivere' kalksteen beschikbaar is. Tegenwoordig wordt er ook gebruikgemaakt van aluminium/kunststofplaten.

Techniek

Lithografie is mogelijk omdat vet en water elkaar afstoten. Wanneer een geschikte kalksteen is voorzien van een beeld (tekening) wordt deze tekening met behulp van arabisch gom 'gefixeerd' (zie: drukinkt). Het gom maakt de niet-betekende steen nog ontvankelijker voor water. Tevens kan aan de gom een zuur worden toegevoegd. Omdat alleen delen van de steen waar niet is getekend worden aangetast door het zuur, kan er hoogteverschil ontstaan. Grote oplagen bleken lange tijd niet mogelijk wanneer er alleen werd vertrouwd op de afstotende eigenschappen van vet en water. Wanneer de lithografie zo wordt toegepast, is het te herkennen aan een product dat een erg korrelig eindresultaat heeft. Lithografie in de handen van een kunstenaar/meesterdrukker kan daarentegen zeer gedetailleerde nuances tonen. Met name monochrome lithografieën verraden of de lithografie kunstambachtelijk is toegepast. De overgangen tussen met name grijstonen kunnen dan fluweelzacht zijn.

Moderne toepassingen

Lithografie heeft moderne toepassingen die men in eerste instantie niet zou verwachten. Vele decennia na de uitvinding van lithografie gebruikte men Elektronenbuizen om elektriciteit te sturen of te richten. Kort na de uitvinding van de transistor bleek dat met van lithografie afgeleide technieken geïntegreerde schakelingen gemaakt konden worden. De techniek bestaat uit het fotografisch aanbrengen van de vereiste patronen in beschermlagen op de chips, de onbeschermde delen ondergaan dan de gewenste behandeling. Een Nederlands bedrijf dat zich bezighoudt met de ontwikkeling van deze techniek is ASML. Bedrijven die de techniek toepassen zijn onder andere Philips, Intel, AMD en alle andere fabrikanten van geïntegreerde schakelingen.

Externe link


- [http://www.hermkens.com/lithografie.htm Kunstenaar in atelier] categorie:Graveerkunst

Design


- industriële vormgeving, productontwikkeling, ontwerp van voorwerpen: design (kunst)
- wetenschappelijk onderzoeksproject

Olieverf

Olieverf is een verfsoort die veel in de schilderkunst wordt gebruikt. Het is een zeer veelzijdige verfsoort, waarmee zowel dekkend als transparant gewerkt kan worden. De verf kan in dunne gladde lagen worden aangebracht, maar er kunnen ook sterke effecten bereikt worden als de verf met volume wordt aangebracht, zodat de verfstreken zichtbaar blijven. In extreme vorm wordt de impastotechniek gebruikt. Een speciaal gebruik van olieverf is het marmeren. Olieverf is een mengsel van pigment in de vorm van een zeer fijn poeder en een plantaardige olie, meestal lijnolie. Lijnolie wordt gewonnen door het uitpersen van lijnzaad, de zaden van vlas. De vlasplant wordt ook gebruikt in de schilderkunst voor het linnen van het schildersdoek.

Olie

Naast de genoemde lijnolie wordt ook wel papaverolie, saffloerolie, zonnebloemolie of walnootolie gebruikt. Lijnolie krijgt bij het drogen een enigszins gele kleur. Voor wit of andere heel lichte kleuren zijn daarom andere oliesoorten, die minder vergelen bij het drogen, beter geschikt. Overigens vergeelt een schilderij in het licht minder dan in het donker, en kan een vergeeld schilderij door het in het daglicht te hangen langzamerhand weer de oorspronkelijke kleur verkrijgen. Het voordeel van lijnolie blijft echter dat het opgedroogd zeer sterk is (zie ook linoleum).

Mengen

Om de gewenste kleur te verkrijgen, zal een schilder diverse kleuren uit de tubes met elkaar mengen. Traditioneel gebeurt dit op een palet, een dunne houten plank met een ovale of rechthoekige vorm en een gat erin voor de duim. Voor het mengen zal de schilder zijn kwast gebruiken, of een paletmes.

Verdunnen

Pigment met olie vormen samen een dikke pasta, die tegenwoordig in tubes wordt geleverd in allerlei kleuren. Voor gebruik is deze pasta meestal te dik en zal de schilder de verf verdunnen met terpentijn of lijnolie. Terpentijn is een uit naaldbomen gewonnen dunne harsessence, niet te verwarren met de uit aardolie gewonnen terpentine, die alleen als schoonmaakmiddel voor de kwasten gebruikt moet worden. Als de verf met terpentijn wordt verdund, wordt de verf mager. Hoe meer verdund, des te magerder wordt de verf. Als de verf met lijnolie wordt verdund, of zelfs met de ingedikte vorm daarvan, standolie, wordt de verf vet. Bij het schilderen is het van belang de onderste lagen van het schilderij mager te schilderen, en de lagen daarop steeds iets vetter te maken, bijvoorbeeld door minder met terpentijn te verdunnen, of door een beetje lijnolie toe te voegen. Dit wordt aangeduid met de term van mager tot vet. Worden er magere verflagen over een vettere ondergrond aangebracht dan zal de verf op termijn (denk daarbij aan meerdere jaren) ongetwijfeld gaan barsten, of zelfs langzaam van het schilderij afvloeien, waardoor het schilderij ontoonbaar wordt. Afhankelijk van het gewenste effect zal de schilder de verf meer of minder verdunnen. Bijvoorbeeld bij de impastotechniek wordt de verf helemaal niet verdund. Maar om een vloeiende, dunne lijn te trekken, is verdunnen noodzakelijk. Ook voor de traditionele glaceertechniek wordt de verf verdund. Naast de hier genoemde verdunningsmiddelen zijn er vele andere schildersmedia in de handel verkrijgbaar, sommige met een siccatief om de droogtijd te bekorten.

Inschieten

Inschieten is het verschijnsel dat een laag verf erg droog wordt, en daardoor zijn glans verliest. Het wordt veroorzaakt doordat de olie uit de laag trekt in een onderliggende, magerder, verflaag. Het kan ook worden veroorzaakt door een absorberende ondergrond. Op zich is het inschieten niet ernstig, het kan opgelost worden door een dunne laag olie over de ingeschoten verf aan te brengen. Het teveel aan olie dient echter te worden weggewreven.

Transparantie

Sommige olieverfpigmenten zijn transparant, andere zijn volledig dekkend of semi-transparant. Zelfs in de kleur wit bestaat een transparante versie (zinkwit) en een volledig dekkende versie (titaanwit). De mate van transparantie is meestal aangegeven op de tube.

Kleurechtheid

De kleurechtheid van een pigment is vanzelfsprekend van belang. Sommige kleuren zijn echter alleen verkrijgbaar in een minder kleurechte versie. Bij de betere verfsoorten is de kleurvastheid aangegeven op de tube. De lichtechtheid wordt echter verbeterd doordat de olieverffilm het pigment beschermt tegen de afbrekende werking van het ultraviolette licht. Olieverfschilderijen verkleuren daardoor aanzienlijk langzamer dan aquarellen, gouaches of pastels.

Giftigheid

Sommige verfsoorten zijn giftig, bijvoorbeeld de verfkleuren gebaseerd op cadmium of andere zware metalen (loodwit bijvoorbeeld). De verkoop van loodwit in tubes is al verboden binnen het gebied van de Europese Unie. Vaak zijn deze metaalkleuren echter zeer fraai, hoewel er synthetische benaderingen van beschikbaar zijn. Het is in elk geval beter om intensief contact met de huid van deze verftypes te vermijden, en de verf direct met warm water en zeep te verwijderen. Ook het, zeer veel gevaarlijker, inademen van terpentijn en terpentine zou vermeden moeten worden, maar dit is vrijwel onvermijdelijk. Het is verstandig het atelier goed te ventileren bij gebruik van deze oplosmiddelen.

Droogtijd

Ongeveer twaalf uur nadat de olieverf op de drager is aangebracht, begint het droogproces. Het bindmiddel wordt eerst verdikt door verdamping van het oplosmiddel. Het echte drogingsproces is echter een gevolg van de oxidatie van het bindmiddel. Olieverf heeft een lange droogtijd, die bij zeer dik opgebrachte verf wel een paar maanden kan bedragen. Dun opgebrachte verf is in een week wel droog. Olieverf krijgt na het drogen een stevige, leerachtige laag. De droogtijd hangt af van de mate van verdunning, het type olie, de dikte van de laag, de temperatuur, maar ook van de kleur. In sommige kleuren olieverf zit relatief veel pigmentpoeder en weinig olie, bijvoorbeeld omdat het pigment niet zo'n sterk kleureffect geeft. Deze kleuren, meestal zijn dit de aardkleuren zoals oker, sienna en omber, drogen hierdoor snel - met uitzondering van gebrande omber dat een notoir lange droogtijd heeft. Omdat verf met deze pigmenten ook relatief goedkoop is, wordt deze veel voor de onderschildering gebruikt. Kleuren als kraplak en karmijn drogen zeer langzaam. Sommige pigmenten, zoals kobaltblauw, versnellen het drogingsproces doordat ze als katalysator werken. Veel schilders met olieverf vinden de lange droogtijd prettig, want dit maakt het mogelijk om lang in het schilderij door te werken, en ook om vergissingen uit te wissen met terpentine. Andere schilders hebben behoefte aan een korte droogtijd, en mengen daartoe een droogmiddel, een zogenaamd siccatief, door de verf. Soms heeft dit catastrofale gevolgen. Mondriaan gebruikte bijvoorbeeld petroleum als snel drogend oplosmiddel, waardoor zijn schilderijen veel barsten zijn gaan vertonen. Tegenwoordig (2003) gaan schilders die de lange droogtijd niet prettig vinden vaak over op het gebruik van acrylverf of alkydverf. Het is echter niet bekend of deze verfsoorten de eeuwen kunnen doorstaan, zoals wel het geval is met olieverf. Toch is ook olieverf verre van eeuwig: het oxidatieproces stopt nooit en de verflaag blijft voortdurend verder uitharden. Als de schilder magere lagen over vette aangebracht heeft, zal dat al vaak na enige maanden leiden tot barsten. Maar ook als de afbeelding schildertechnisch perfect op het doek gezet werd, is de uiteindelijke zelfvernietiging van het schilderij zover wij weten onafwendbaar. Craquelé zal ontstaan: de verf gaat opstaan, werkt zich los van de ondergrond en vergruist op den duur volledig. Een vernislaag vertraagt dit proces enigszins; het gebruik van loodwit leidt tot minder barsten, maar maakt ook de verffilm brosser.

Vernis

Een olieverfschilderij wordt vaak beschermd door een laag vernis. Met een glanzende vernis komen de diepe kleuren van olieverf volledig tot hun recht. De hoge glans wordt echter niet door iedereen gewaardeerd en er bestaan dan ook matte of halfglanzende soorten vernis. Vóór het aanbrengen van de vernis moet het oppervlak van het schilderij echter volledig droog zijn. Meestal laat men een olieverfschilderij daarvoor een half jaar goed drogen. Wordt het schilderij eerder verkocht, dan zou de eigenaar het terug moeten brengen naar de kunstenaar om het te laten vernissen. Met retoucheervernis kan een schilderij kortdurend worden beschermd. Door deze dunne vernis kan de verf daaronder verder drogen.

Geschiedenis

Velen denken dat Jan van Eyck (ca. 1390-1441) de olieverf heeft uitgevonden. In elk geval was hij wel de eerste die de verf zo briljant en voorzien van vernis heeft toegepast. Oude Italiaanse bronnen melden dat ene Giovanni de Bruggia (Jan van Brugge) de uitvinder is van de olieverf, die wellicht dezelfde zou zijn als Jan van Eyck. Van Eyck had echter een voorganger in Robert Campin (1375-1444), de Meester van Flemalle. Waarschijnlijk is olieverf op lijnoliebasis ontwikkeld in de late Middeleeuwen voor decoratieve doeleinden, voor het beschilderen van wapenschilden bijvoorbeeld. Olieverf hecht namelijk veel sterker dan de voorheen gebruikte temperaverf, die bestaat uit ei met pigment. Verf op walnootoliebasis wordt al eerder vermeld in Byzantijnse bronnen. Categorie:Schildertechniek ja:油彩 ko:유화

Aquarel

Aquarel is een schildertechniek waarbij een schilderij gemaakt wordt door gebruik van waterverf op papier.

Verf

De aquarelverf bestaat in de vormen:
- blokjes, ook wel napjes genoemd, die bestaan uit geperst pigment. Er bestaan hele napjes, ongeveer een vierkante centimeter groot, en halve napjes.
- tubes De verf bestaat vrijwel alleen uit zuivere pigmenten, vermengd met arabische gom die zorgt voor de kleefkracht tussen de pigmentdeeltjes en het papier, en glycerine. Aquarelverf is, in tegenstelling tot plakkaatverf altijd transparant. De meeste aquarelschilders gebruiken geen wit. Het wit in een aquarel bestaat dan uit het onbeschilderde papier. Sommigen gebruiken dekkende witte verf om accenten aan te brengen, maar daar moet spaarzaam mee worden omgegaan. Soms wordt de verf in de pure kleuren gebruikt, maar het mengen van de verschillende kleuren is ook eenvoudig mogelijk, hoewel het mengen van meer dan twee kleuren meestal niet tot een bevredigend resultaat leidt. Sommige kleuren verdringen elkaar in de natte verf, een verschijnsel waar ervaren schilders handig gebruik van kunnen maken. Bij het aquareleren kan ook olieverf, lijnolie en andere mediums gebruikt worden. Water en olie stoten elkaar echter af. Over een oliehoudende laag kan dan ook niet meer met aquarelverf heen gewerkt worden. Een schilder als Paul Klee combineerde vaak aquarel met andere verfsoorten.

Papier

Het papier waarop een aquarel geschilderd wordt bestaat in zeer vele varianten. Dik papier werkt vaak prettiger dan de dunnere soorten, maar in alle gevallen moet het papier worden opgespannen voordat met aquarelleren wordt begonnen. Dit opspannen gebeurt door eerst het papier helemaal nat te maken en het vervolgens met een speciaal soort plakband (voorzien van een lijmsoort die nat gemaakt wordt en dan plakt) te bevestigen op een plank hout, die zo dik dient te zijn dat het hout niet krom trekt als het papier opdroogt en daardoor krimpt. Het oppervlak van het papier kan grof zijn, dan wel glad. De meeste kunstenaars prefereren een wat ruw oppervlak.

Penseel

Aquarelpenselen hebben, in tegenstelling tot penselen voor olieverf, een korte steel. Een ervaren aquarelleerder heeft voldoende aan één penseel, bijvoorbeeld een dikke, ronde penseel van marterhaar. Het penseel moet veel water kunnen opnemen en dient uit te lopen in een zeer fijne punt. Met een dergelijke penseel kan zowel een groot oppervlak worden geschilderd, als kleine details.

Verdere benodigdheden

De aquarellist heeft verder weinig nodig, misschien een potlood om zacht een schetsontwerp te maken, en één of twee bakjes water. Twee bakjes water is handig, dan kan één bakje schoon gehouden worden. Tenslotte een palet, dat echter niet groot behoeft te zijn. Een palet met diepe gaten voor de waterige verf is handig. Er zijn geschikte verfdoosjes in de handel waarin het deksel tevens als palet bruikbaar is. Sommige schilders gebruiken een afdekmiddel om de delen in het schilderij die wit moeten blijven af te dekken. Dit middel droogt rubberachtig op, en kan van het papier worden afgewreven als de aquarel klaar is. wit

Schildertechniek

De twee basistechnieken van aquarel zijn:
- nat in nat, wat betekent dat men het papier nat maakt en dan hierop gaat schilderen.
- nat op droog, dus wordt er geschilderd op droog papier. Aquarelleren lijkt een makkelijke schildertechniek, maar vereist veel concentratie en een trefzekere hand, vooral omdat fouten niet, of slechts met veel moeite hersteld kunnen worden. Er wordt altijd gewerkt van licht naar donker. Eerst worden de lichtste delen van het onderwerp geschilderd. Met meerdere lagen over elkaar worden de donkerder onderdelen steeds verder opgevuld. wit Veel aquarelleerders gebruiken het toeval in hun werk. Zij laten de waterverf vloeien waar die heen wil en bereiken daarmee soms prachtige effecten. Een andere effect is het laten drogen van natte plekken. Hierbij verschijnen soms scherpe randjes langs de omtrek. Dit komt doordat het water aan de omtrek het eerst verdampt, waardoor nieuw, pigmenthoudend water zich aan de rand verzamelt. Als dit op zijn beurt weer verdampt, blijft een steeds pigmentrijkere oplossing aan de rand over. Het effect is vooral fraai bij het schilderen van bloembladeren. Een probleem voor beginnende aquarellisten zijn de watervlekken, waarbij de kleur juist geheel uit het midden van een nat verfgedeelte verdwijnt. Deze watervlekken zijn slechts moeilijk in een aquarel te herstellen. Onderwerpen die zich bijzonder lenen voor aquarelleren zijn wateroppervlakten en landschappen met opvallende lucht, maar ook wordt aquarel veel gebruikt voor stillevens en portretten. Vóór de uitvinding van de fotografie werden aquarellen veel gebruikt voor wetenschappelijke tekeningen van planten en dieren.

Gemengde technieken

In gemengde technieken kan aquarel goed gecombineerd worden met tekeningen in oost-indische inkt, met pastelkrijt (dat ook oplost in water), of met potlood.

Afwerking

Omdat een aquarel erg kwetsbaar is voor beschadiging door vocht, worden aquarellen altijd achter glas ingelijst. Meestal wordt daarbij een passepartout gebruikt om de vaak ruwe randen van de aquarel te verbergen.

Geschiedenis

De waterverftechniek is al snel ontdekt na de uitvinding van het papier in China rond 100 na Chr. In de 12e eeuw werd papier door de Moren naar Spanje gebracht. Enkele tientallen jaren later kwam papier in Italië. Papier is, in tegenstelling tot het wat vettige perkament, geschikt voor waterverf. Men denkt dat de aquareltechniek is ontstaan uit de frescotechniek. De eerst bekende Europese aquarelschilder was de beroemde Italiaanse Renaissanceschilder Rafaël (1483-1520), die zogenaamde kartons schilderde, die gebruikt werden voor het ontwerp van wandkleden of gobelins, een in die tijd zeer gewaardeerde kunstvorm. Albrecht Dürer (1471-1528) schilderde met waterverf. Het eerste onderwijs in deze techniek werd gegeven door Hans Bol (1534-1593). Andere beroemde aquarellisten zijn van Dyke (1599-1641), Thomas Gainsborough (1727-1788) en John Constable (1776-1837), hoewel allen ook olieverfschilderijen maakten. Een modernere kunstenaar die veel aquarellen heeft gemaakt is bijvoorbeeld Paul Klee. Kandinsky schilderde de eerste abstracte aquarellen. Categorie:Schildertechniek ja:水彩 ko:수채화

Sociaal Realisme

Onder het Realisme, een cultuurstroming reagerend op de symboliserend allegorische verstarring van het Classicisme, sedert het midden van de 19e eeuw, erkent men het Sociaal Realisme, zowel in de Schilderkunst als in de Beeldhouwkunst. Bij het realistisch uitbeelden van de natuur en het leven van mens, dier en plant erin, creëert men het accentueren van een aanklacht tegen sociaal schrijnende omstandigheden, waaraan het onderwerp het hoofd dient te bieden. Deze emotionele geladenheid wordt de wegbereidster tot het latere Expressionisme, zowel het figuratieve als het lyrisch abstracte, uit de 20ste eeuw. In België zijn het vooral meesters als Constantin Meunier (1831 - 1905), Léon Frédéric (1858 - 1940), Eugeen Laermans (1864 - 1940), enPierre Paulus (1861 - 1959), die hierbij een opvallende rol speelden. In Duitsland trad Käthe Kollwitz (1867 - 1945) met haar tekeningen op de voorgrond. In Frankrijk legden vooral Honoré Daumier (1808 - 1879) en Gustave Courbet (1819 - 1877) sociaal-realistische accenten in hun werk. In Nederland vallen de visserstypes van Jozef Israëls (1824 - 1911) en de boerenfiguren van Vincent Van Gogh (1853 - 1890) onder deze noemer. In de Literatuur gaven vooral de Fransen Pierre-Joseph Proudhon (1809 - 1865) en Emile Zola (1840 - 1902) vorm aan het Sociaal Realisme. Sociaal Realisme is niet hetzelfde Socialistisch Realisme, de officiële kunststijl van de Sovjet-Unie. De twee stromingen delen dezelfde oorsprong en themata, maar zijn niet hetzelfde. Socialistisch Realisme kan omschreven worden als een specifieke tak van het Sociaal Realisme. Categorie:Schilderstijl

Categorie:Brits kunstschilder

Maatschappij -- Cultuur -- Kunst -- Kunstschilder ---- Een kunstschilder uit Groot-Brittannië. Kunstschilder categorie:Kunstschilder naar nationaliteit

Escornebœuf

Escornebœuf è un comune francese di 473 abitanti situato nel dipartimento del Gers nella regione del Midi-Pirenei. Escorneboeuf Escorneboeuf

warsaw map zawory metalowe Dorota Rabczewska xsongs.info poker










































:: RELATED NEWS ::
The Order of the Golden Fleece
The Order of the Golden Fleece (Orden del Toisón de Oro in Spanish) is an order of chivalry founded in 1430 by Duke Philip III of Burgundy to celebrate his marriage to the Portuguese princess Isabelle of Aviz. 1955 as the result of a merger of seven social work groups: # American Association of Social Workers # American Association of Medical Social Workers # American Association of Psychiatric Social Workers # National Association of School Social Workers # American Association of Group Workers # Association for the Study of Community Organization # Social Work Research Group According to the NASW, its prim
Town Hall Meetings
Town Hall Meeting is a concept which originated in New England when everybody in the town showed up to speak their piece and then vote on an issue. In today's heterogeneous communities with large populations, more often, town hall meetings are held so that people can influence elected officials in their decision makin
Wikipedia:Bad jokes and other deleted nonsense/April Fools' Day 2005/Susej
Susej (pronounced soo-sedge, similar to sausage) is a common manipulation of the name of Jesus by the process of reversal. This may be used for comic effect, as part of a parody, or sometimes in a derisive sense by those who disagree with
Wikipedia:Articles for deletion/Daniel Fisher
Never Say Die (song)
"Never Say Die" is the title track from the 1978 album Never Say Die! by Black Sabbath. It was the last single Black Sabbath wrote with now legendary singer Ozzy Osbourne until 1998's Psycho Man, who left the band and went on to a successful solo career. Osbourne actually left the band before Never Say Die! was released, but came back to record this album. During live performances, he
All Rights Reserved 2005 wikimiki.org