:: wikimiki.org ::
| Eerste Franse Republiek |
Eerste Franse RepubliekDe eerste Franse republiek ontstond toen de revolutionairen de koning (Lodewijk XVI) afzetten en de in 1789 ingestelde constitutionele monarchie afschaften. Dat was in 1793.
Conventie
Lodewijk XVI werd onthoofd, en de Nationale Conventie nam de plaats in van opperste macht. Deze Nationale Conventie bleek uitermate instabiel, en werd gedomineerd door radicale Jacobijnen. Deze periode is gekenmerkt door La Grande Terreur, bedoeld wordt de vele executies -vele willekeurig- met de guillotine.
Directoire
De Nationale Conventie viel in 1795 en werd vervangen door het gematigdere Directoire, waarin de Girondijnen meer zich lieten gelden. Ook deze periode werd gekenmerkt door een grote instabiliteit.
Consulaat
Napoleon, Sieyès en Roger-Ducos pleegden in 1799 een staatsgreep en instaleerden het Consulaat. In de praktijk kwam dit neer op de totale macht voor Napoleon. Deze periode werd gekenmerkt door een gedeeltelijke pacificatie met het buitenland en de Rooms-katholieke Kerk, en wordt door sommigen beschouwd als het einde van de Franse Revolutie. Het Consulaat eindigde met de bestendiging van de macht van Napoleon toen deze zichzelf tot keizer kroonde in 1804.
Hierna begon de periode van het Eerste Franse Keizerrijk.
Categorie:Geschiedenis van Frankrijk
ja:フランス第一共和政
Koning (titel)Koning is na Keizer de hoogste vorstelijke titel, en met deze titel wordt het (mannelijk) staatshoofd van een koninkrijk aangeduid. Het vrouwelijke equivalent wordt koningin genoemd.
Historisch werd bij sommige stammen en volken de titel van koning gegeven aan de hoogste gezagsdrager. Oorspronkelijk werd de koning veelal gekozen, maar allengs werd de titel erfelijk. Vaak wordt een koninkrijk aangeduid als monarchie. Weliswaar is een koninkrijk een monarchie, maar niet iedere monarchie heeft een koning of koningin als staatshoofd: in Monaco en Liechtenstein wordt de functie van staatshoofd waargenomen door een prins en in Luxemburg door een groothertog.
Oorspronkelijk voerden de koningen als kroon op hun helmen een gouden band die van boven met bladvormige opstandingen versierd was. De Nederlandse Koningskroon werd in 1816 vastgesteld bij Koninklijk Besluit of kabinetsorde (24.6.1816 nr. 77).
Omdat de koning de hoogste persoon van het land is maakt hij geen deel uit van de adel, maar staat hij erboven.
Nederland
In Nederland dateert de titel van 1813, toen de soevereiniteit werd opgedragen aan Willem Frederik, Prins van Oranje-Nassau, oftewel daarna Koning Willem I van Nederland genoemd. Eerst voerde Willem I de titel van Soevereine Vorst, maar na de vereniging met België ging deze over in die van 'Koning'.
Nederland wordt al sinds meer dan 100 jaar geregeerd door een koningin, omdat de eerstgeborenen in de directe lijn reeds drie maal vrouwen waren. In Nederland heet de echtgenoot van de koningin de prins-gemaal. Formeel is Koningin Beatrix de huidige koning der Nederlanden, omdat de Nederlandse grondwet de term Koningin niet kent.
België
Na de omwenteling van 1830, en daarbij de stichting van België als soeverein land, wordt België tot op heden geregeerd door koningen. Door de strikte toepassing van de Salische Wet ging tot 2003 de grondwettelijke macht van de koning bij erfopvolging over op de wettige, natuurlijke en mannelijke nakomelingen van Z.M. George Christiaan Frederik van Saksen-Coburg-Gotha (Koning Leopold I van België). In 1992 is de Grondwet echter aangepast waardoor ook vrouwen kunnen opvolgen. Sinds 1993 regeert Koning Albert II die zijn broer Boudewijn opvolgde na diens dood.
Europese koninkrijken
- België
- Denemarken
- Nederland
- Noorwegen
- Spanje
- Verenigd Koninkrijk
- Zweden
Zie ook
- Lijst van koningshuizen
- Lijst van gevallen koningshuizen
Categorie:Staatshoofd
als:König
ja:国王
simple:King
1789
----
Gebeurtenissen:
- 4 februari - George Washington wordt gekozen tot eerste president van de Verenigde Staten
- 14 juli - Met de bestorming van de Bastille begint de Franse Revolutie.
- 18 juni - Jozef II schaft de Blijde Inkomst af, de feitelijke grondwet van Brabant.
- 14 augustus - In België verklaren gematigde opstandelingen onder Hendrik van der Noot met steun van de radicale Vonkisten keizer Jozef II vervallen van de troon. Daarmee begint de Brabantse Omwenteling.
- 27 oktober - Slag bij Turnhout
- De Duitse scheikundige Martin Heinrich Klaproth ontdekt Uranium
----
Geboren:
- 15 september - Engelbertus Batavus van den Bosch, Nederlands minister en militair
----
Overleden:
Categorie:18e eeuw
ko:1789년
ms:1789
simple:1789
Constitutionele monarchieEen constitutionele monarchie is een vorm van monarchie waarbij de macht van de monarch of regent wordt geregeld door de grondwet (constitutie). De grondwet bevat zowel de rechten als de beperkingen van deze macht.
Nederland is een voorbeeld van een constitutionele monarchie; een parlementaire constitutionele monarchie om precies te zijn. Een combinatie van een constitutionele monarchie en een parlementaire democratie. Dit wil zeggen dat de macht ligt bij de monarch, de ministers en bij het parlement. Wel is in het Nederlands systeem de macht van de monarch zeer beperkt. Volgens het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden art. 2 is de monarch onschendbaar en zijn de ministers verantwoordelijk.
Ook België is een parlementaire constitutionele monarchie.
Categorie:Staatsvorm
ja:立憲君主制
ko:입헌 군주제
ms:Raja berperlembagaan
zh-min-nan:Ū hiàn-hoat ê ông-kok
Lodewijk XVI van Frankrijk
Lodewijk XVI (23 augustus 1754 – 21 januari 1793) was van 1774 tot 1792 koning van Frankrijk. In het Frans wordt hij aangeduid als "Louis XVI", uitgesproken als "Louis Seize".
Geboren op 23 augustus 1754 in het kasteel van Versailles.
Lodewijk XVI was de derde zoon van kroonprins Lodewijk Ferdinand, die al in 1765 overleed, en Marie-José van Saksen. Op 16 mei 1770 trouwde hij met Marie-Antoinette, dochter van keizer Frans I en Maria Theresia van Oostenrijk. Ze kregen vier kinderen:
- Marie-Therese Charlotte (20 december 1778 - oktober 1851)
- Louis-Joseph-Xavier-François (22 oktober 1781 – 4 juni 1789)
- Louis-Charles (27 maart 1785 – 8 juni 1795)
- Sophie-Beatrix (9 juli 1786 – 19 juni 1787)
Zijn grootvader, koning Lodewijk XV, overleed op 10 mei 1774, waarna hij koning werd. Op 11 juni 1775 werd hij gekroond.
Onder zijn voorgangers Lodewijk XIV en XV was de staatsschuld snel opgelopen en de bevolking sterk gegroeid. Lodewijk XVI was een vriendelijke, aarzelende en niet al te intelligente man, maar toch ook ambitieus, in die zin dat hij het welzijn van zijn volk wilde bevorderen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Lodewijk XIV, de verpersoonlijking van het absolutisme, zag hij wel in dat rigoreuze hervormingen noodzakelijk waren, zoals in de decennia daarvoor al door tallozen was bepleit, onder meer door de grote denkers van de Verlichting. Niet alleen moest de economie er weer bovenop geholpen worden, ook de vrijheid en rechtsgelijkheid van de gewone burgers moesten worden bevorderd.
VerlichtingGeen van de ministers van financiën bereikten veel, vooral als gevolg van tegenwerking door de adel, ook door de koningin zelf, die in tegenstelling tot haar echtgenoot gehaat werd door het volk. Na de onlusten in de zomer van 1789 volgden grote politieke veranderingen (zie Franse Revolutie), die Lodewijk en zeker zijn vrouw veel te ver gingen. Veel edelen hadden hierna Frankrijk verlaten en in de winter van 1790-91 vatte Lodewijk hetzelfde plan op. Hij wilde vanuit het buitenland met een betrouwbaar leger naar Parijs marcheren, waarin hij gesteund werd door de Oostenrijkse keizer. Een belangrijke factor was overigens het overlijden, in april 1791, van de graaf de Mirabeau, die de koning in het zadel wilde houden, maar dan als hoofd van een constitutionele monarchie. In juni van dat jaar vluchtten Lodewijk en zijn familie incognito, maar bij de plaats Varennes-en-Argonne werden ze op de 21e ontmaskerd, waarmee hij alle sympathie van het volk verspeelde.
Op 10 augustus 1792 werd het gebouw waar hij toen woonde, de Tuilerieën, bestormd en geplunderd, waarna hij en zijn familie in het oude kasteel Le Temple huisarrest kregen. In december van dat jaar moest hij zich voor de Nationale Conventie verantwoorden voor zijn daden. Bij deze gelegenheid werd hij door de van gelijkheid bezeten revolutionairen overigens aangeduid als "burger Louis Capet" (naar zijn afstamming van Hugo Capet.) Op 16 en 17 januari 1793 stemde de Conventie vóór de doodstraf, die op de 21e op de Place de la Révolution (tegenwoordig Place de la Concorde) voltrokken werd met de guillotine. Marie-Antoinette onderging op 17 oktober hetzelfde lot.
Categorie:Huis Bourbon
Categorie:Koning van Frankrijk
ja:ルイ16世 (フランス王)
ko:루이 16세
JacobinismeDe Jakobijnen waren in de periode van 1792 tot 1794 radicale revolutionaren onder leiding van Maximilien Robespierre. Zij wilden nog snellere veranderingen in de tijd van de Franse Revolutie en grepen de macht in Frankrijk. In de tijd van de terreur werden velen, waaronder de koning Lodewijk XVI geëxecuteerd op verdenking van landverraad. In de tijd van de Jakobijnen werden er veel veranderingen doorgevoerd.
De Jacobijnen ontlenen hun naam aan hun bijeenkomsten in de Rue St. Jacques te Parijs.
Ideeën
- Het christendom werd verboden en kerkgoederen werden ingenomen. Hiervoor in de plaats moest het menselijke aanbeden worden.
- De koning en iedereen die tegen de Republiek was, werd terechtgesteld.
- De opvoeding en scholing van iedereen moest in het teken staan van de revolutie.
- De maanden van het jaar werden veranderd in revolutionaire maanden.
categorie:Franse Revolutie
1795
Gebeurtenissen
Nederlanden
- 16 januari - De Fransen bezetten Utrecht.
- 18 januari - Vanuit Scheveningen verlaat stadhouder Willem V met zijn familie het land, en zoekt asiel in Engeland.
- Er vindt in Nederland een omwenteling plaats. Met steun van de Fransen keren de Patriotten terug en stichten de Bataafse Republiek.
- 1 oktober - De Oostenrijkse Nederlanden, het prinsbisdom Luik, delen van de Bataafse Republiek en het Pruisische Kleef worden als "Départements belgiques" door de Franse Republiek geannexeerd. Friesland houdt zelfs op te bestaan. Het grootste deel van Friesland gaat samen met Groningen op in het departement van de Eems terwijl Zevenwouden bij het departement van de Oude IJsel kwam.
Europa
- 8 april - De latere koning George IV treedt in het huwelijk met Caroline van Brunswijk.
- Zweden erkent als eerste monarchie de Franse Republiek.
- Derde Poolse Deling.
- 5 oktober : In Frankrijk wordt de royalistische opstand bij de Sant-Roch kerk door Napoleon Bonaparte neergeslagen.
- 13 december Een meteoriet treft Wold Newton in het Engelse Yorkshire. Later zal de sciencefictionschrijver Philip Jose Farmer deze gebeurtenis als basis voor zijn Wold Newton family verhalen gebruiken.
- Koerland wordt een deel van Rusland.
Wereld
- Fort Edmonton (Canada) wordt gesticht door de Hudson's Bay Company.
- Verdrag van Madrid. Spanje draagt gebied ten oosten van de Mississippi aan de VS over (o.a. Alabama).
Geboren
- 15 februari - Ary Scheffer, Nederlands-Frans kunstschilder
- 16 september - Saverio Mercadante, Italiaans opera componist
- 31 oktober - John Keats, Engels dichter
- 2 november - James Knox Polk, elfde president van de Verenigde Staten
- 4 december - Thomas Carlyle, Engels essay schrijver
- 21 december - Leopold von Ranke, Duits historicus
Overleden
- 3 januari - Josiah Wedgwood, pottenbakker
- 26 januari - Johann Christoph Friedrich Bach (62), Duits componist
- 21 maart - Giovanni Arduino, geoloog
- 8 juni - Lodewijk XVII van Frankrijk (10)
- 31 augustus - François Philidor (68), Frans meester in blindschaken
Categorie:18e eeuw
ko:1795년
ms:1795
DirectoireHet Directoire is een periode uit de Franse Revolutie, die duurde van 26 september 1795 tot 9 november 1799. De uitvoerende macht bestond tijdens deze periode uit vijf directeuren, die jaarlijks werden vervangen.
Voor de eerste maal in de Franse geschiedenis, bestond de wetgevende macht uit een parlement bestaande uit twee kamers:
- De Raad van Vijfhonderd (le Conseil des Cinq-Cent) met 500 leden
- De Raad der Ouden (le Conseil des Anciens) met 250 leden
De directeuren werden benoemd door de Raad der Ouden op basis van een lijst, opgesteld door de Raad van Vijfhonderd.
Op 9 november 1799 (18 brumaire van het jaar VIII) nam Napoleon de macht over met een staatsgreep. Hiermee kwam er een eind aan het Directoire en aan de Franse Revolutie.
Met directoire wordt ook een meubelstijl aangeduid die zich tijdens deze periode ontwikkelde. Het is een neoclassicistische stijl, en de opvolger van de stijl van Lodewijk XVI. De directoire stijl werd opgevolgd door die van het Empire (de stijl van het keizerrijk van Napoleon).
categorie:Franse Revolutie
Napoleon Bonaparte
Napoleon Bonaparte (15 augustus 1769 – 5 mei 1821) was Eerste Consul van Frankrijk van 11 november 1799 tot 18 mei 1804, daarna tot 6 april 1814 en van 20 maart tot 22 juni 1815 keizer der Fransen, van 31 maart 1805 tot 1814 koning van Italië en van 12 juni 1806 tot 1813 beschermheer van de Rijnbond.
Jeugd
Napoleone Buonaparte (zijn echte geboortenaam) werd geboren in Ajaccio op het eiland Corsica. De familie van Napoleon behoorde tot de verarmde adel van Corsica. Zijn ouders, Carlo Buonaparte en Maria Laetitia Ramolino, sloten zich aan bij de Franse regering op Corsica. Hierdoor kon Napoleon een studiebeurs in Frankrijk krijgen. Inmiddels was de Franse Revolutie uitgebroken en de jonge Napoleon sloot zich enthousiast hierbij aan. Hij studeerde aan de militaire scholen van Brienne en Parijs. Toen hij deze laatste verliet was hij tweede luitenant van de artillerie in het Revolutionaire leger. Later volgde bevordering tot kapitein.
Onder leiding van Napoleon werd Toulon veroverd op door de Engelsen gesteunde Franse koningsgezinden. Hiervoor kreeg hij een eervolle vermelding en werd hij benoemd tot brigadegeneraal, op 24-jarige leeftijd.
Toulon
Napoleon aan de macht
In maart 1796 kreeg Napoleon als 26-jarige het bevel over het Franse leger aan het Italiaanse front. Hij was klein en tenger van gestalte, en kreeg de leiding over een leger van ongeveer 30.000 man. Er was gebrek aan voedsel en kleding, waardoor ook vechtlust en motivatie ontbraken. Napoleon deed hen grootse beloften om het moreel van de troepen op te vijzelen: zo zei hij bijvoorbeeld tegen zijn soldaten dat hij ze naar de rijkste plekken ter wereld zou leiden, waar ze eer, roem en rijkdom zouden krijgen. En zo trok het leger naar Italië.
De Italiaanse veldtocht moest vanuit drie richtingen worden uitgevoerd. Het leger moest volgens opdracht van de regering (het Directoire), door de Povlakte en langs de Etsch naar Wenen trekken, terwijl de Oostenrijkse hoofdstad vanuit het noorden zou worden aangevallen door het Samber-en-Maasleger. Napoleon wist dit wel, maar had zo zijn eigen ideeën. Hij was namelijk heel goed in het vinden van de zwakke plek van zijn tegenstanders. En zo versloeg hij ze een voor een.
Eerst veroverde hij Illesimo en daarna Milaan. Napoleon liet buiten medeweten van de Franse regering om zijn tegenstanders verdragen volgens zijn eigen voorwaarden ondertekenen. Hij dwong de Kerkelijke Staat en de hertogen van Parma en Modena tot een wapenstilstand. Napoleon veroverde Italië en hij liet de bevolking zware schattingen betalen die hij naar Parijs stuurde om de regering daar rustig te houden.
Ook moesten de veroverde gebieden dezelfde grondwet aannemen als Frankrijk. De successen van Napoleon in Italië bleven ook in Frankrijk niet onopgemerkt en hij werd steeds populairder bij het Franse volk. Napoleon was nu overal bekend en was door zijn overwinningen de held van Frankrijk geworden.
Modena
Na de overwinningen in Italië - dat hij later zijn Koninkrijk Italië noemde - ging hij naar Egypte, want hij wilde ook gebieden in het Oosten hebben. De regering wilde eigenlijk dat hij oorlog tegen Engeland voerde, maar Napoleon was van mening dat de Engelsen het best bestreden konden worden door hun handel in het Oosten te blokkeren. Hij behaalde de overmacht en trok via Malta Egypte binnen. Al snel veroverde hij Egypte, maar Engeland won enkele dagen later, op 1 augustus 1798, een zeeslag (Slag op de Nijl) en had daardoor het Middellandse-Zeegebied in handen, waardoor Napoleons leger in Egypte vastzat.
Ook Oostenrijk, Turkije, Rusland en Napels verklaarden de Fransen de oorlog. Hierdoor verloor Frankrijk al zijn bezittingen in Italië, op Genua na. Maar toen Napoleon de Franse toestand vernam, ontsnapte hij uit Egypte en trok naar Parijs.
Hij kreeg de steun van het volk, omdat men met de huidige regering ontevreden was. Hij zette de regering af; dit was het begin van een nieuw tijdperk. Er kwam een nieuwe grondwet, die inhield dat er drie mannen, Consuls genaamd, de macht kregen. Het Consulaat werd op 15 december 1799 geïnstalleerd. Napoleon werd de eerste consul. Zij mochten 10 jaar aan de macht blijven, maar eigenlijk had alleen de eerste consul, Napoleon, de macht over heel Frankrijk in handen.
Hij deed er alles aan Frankrijk weer op de been te krijgen, en hij begreep dat je een land het beste kon opbouwen als er vrede was. Napoleon bood Engeland en Oostenrijk vrede aan, maar deze waren het niet eens met de voorwaarden en besloten samen een bondgenootschap tegen Frankrijk te vormen.
Hierdoor braken er weer nieuwe oorlogen uit, maar het leger van Napoleon won uiteindelijk toch. Op 9 februari 1801 werd in Lunéville het vredesverdrag door Oostenrijk en Napels getekend. Het bondgenootschap tussen Oostenrijk en Engeland was inmiddels verbroken. Door dit vredesverdrag kreeg Frankrijk weer in het grootste deel van Italië de macht. Later tekende ook Rusland het vredesverdrag.
Op 15 augustus van datzelfde jaar sloot Napoleon een overeenkomst met Paus Pius VII. Zo werd Napoleon ook geliefd bij de katholieken. Op 27 maart 1802 werd eindelijk ook vrede gesloten met de Engelsen.
Dit maakte Napoleon immens populair. Het volk bepaalde dat hij consul voor het leven zou worden, en door middel van een nieuwe grondwet, waarin bepaald werd dat hij zelf verdragen mocht sluiten en zelf rechterlijke beslissingen ongeldig mocht verklaren, verstevigde hij zijn machtspositie. Napoleon werd alleenheerser over Frankrijk. Frankrijk was een dictatuur geworden.
dictatuur
Maar Napoleon wilde meer dan consul voor het leven zijn, en hij liet zich door de senaat tot "Keizer der Fransen" uitroepen. Door een volksstemming gebeurde dit dan ook. Op 2 december 1804 kroonde Napoleon zichzelf in aanwezigheid van Paus Pius VII in de Notre-Dame tot Keizer. Later werd hij door dezelfde paus na zijn aanvallen op pauselijke staten geexcommuniceerd.
Vernieuwingen ingevoerd tijdens het Napoleontische bewind
Gedurende het bewind van Napoleon werden veel bestuurlijke vernieuwingen in het door Frankrijk beheerste gebied ingevoerd. Nadat Napoleon verslagen was bleven in de vroegere Franse gebieden veel van deze vernieuwingen toch gehandhaafd omdat deze hun nut ondertussen bewezen hadden.
geexcommuniceerd
- We rijden in Europa rechts.
- Maten als de kilo, de meter en de liter werden ingevoerd en oude maten werden afgeschaft. De eerste stap naar het SI.
- Mensen moesten een achternaam opgeven. Sommigen gingen er van uit dat deze na de ondergang van Napoleon weer zou worden afgeschaft, en kozen daarom namen als Naaktgeboren of Poepjes.
- Veel (burgerlijke) wetgeving stamt uit deze tijd, zie het artikel over de Code Napoleon.
- De meeste speciale voorrechten en privileges van kerk en aristocratie werden afgeschaft en ze werden gelijkgesteld met de rechten en plichten van de burgerij.
- Veel versnipperde kleine staatjes, vorstendommen en heerlijkheden werden samengevoegd tot grotere overzichtelijke eenheden (Reichsdeputationshauptschluss, Rijnbond).
- Onderwijs en gezondheidszorg werden beter geregeld en beter toegankelijk gemaakt voor de gewone burgers.
- Carrièremogelijkheden voor iedereen in overheidsbestuur en leger omdat vanaf Napoleon iemands capaciteiten belangrijker werden dan iemands afkomst.
Bondgenoten en vijanden
Bondgenoten
De eerste bondgenoten van Napoleon waren allerlei landen die al vóór zijn machtovername onder Franse leiding stonden. Zo kreeg hij de beschikking over Nederland en delen van Duitsland en Italië. Hij zette daar verschillende familieleden op de troon: zijn oudere broer Jozef werd koning van Napels en later Spanje, zijn broer Lodewijk koning van Holland, zijn broer Jérôme koning van Westfalen, zijn zus Elisa prinses van Lucca en Piombino en groothertogin van Toscane, zijn zwager Joachim Murat eveneens koning van Napels (na Jozef) en zijn stiefzoon Eugène de Beauharnais onderkoning van het Koninkrijk Italië.
In 1801 voegden Oostenrijk en Rusland zich hierbij. Engeland sloot zich in 1802 aan. Napoleon had toen voldoende politieke rust en kon beginnen met de heropbouw van Frankrijk. Engeland was maar tijdelijk een bondgenoot, en van alle tegenstanders van Napoleon was Engeland de belangrijkste.
Vijanden
Vanaf 1803 kreeg Napoleon steeds meer vijanden. Engeland was de eerste die het bondgenootschap opzegde, daarna sloten Rusland, Zweden, Duitsland, Oostenrijk en Napels zich hierbij aan en samen verklaarden ze Frankrijk de oorlog. De Oostenrijkers vielen Beieren binnen en Napoleon vocht terug. Hij versloeg een groot Oostenrijks leger bij Ulm, en ging toen door naar Wenen en bezette de Oostenrijkse hoofdstad. De Oostenrijkse en Russische legers wilden Wenen terugveroveren maar dit lukte hen niet. Deze slag werd in Austerlitz beslecht.
De Russische veldtocht van het "Grande Armée"
Het bondgenootschap met Frankrijk leidde tot klachten van de Russische handel en nijverheid. Zij waren grotendeels afhankelijk van handelsbetrekkingen met Engeland, terwijl een van de voorwaarden van het bondgenootschap deelname aan de blokkade van Engeland was. De Russische tsaar, die zag dat zijn economie schade opliep, trachtte deze voorwaarden te verzachten. Napoleon bleek echter doof voor deze klachten, en uiteindelijk herstelde de tsaar het contact met zijn oude handelspartner Engeland. Op 31 december 1810 liet Rusland weten geen bondgenoot meer te willen zijn van Frankrijk. Napoleon was het hier niet mee eens, en trok naar Rusland; hij had het plan om heel Europa te veroveren. In 1812 maakten Frankrijk en Rusland zich dan ook klaar voor de oorlog.
Napoleon stelde een leger van 500.000 man van verschillende nationaliteiten samen aan de oostgrens van het huidige Polen. Naast Fransen (50% bij infanterie, 35% bij cavalerie) waren ook vertegenwoordigd: Italianen, Polen, Pruisen, Zwitsers, Hollanders, Duitsers en Spanjaarden. Het leger werd het "Grande Armée" genoemd. Op 24 juni stak hij de rivier Nemunas (Niemen) over, en viel hij Rusland binnen. "Over twee maanden vraagt Rusland mij om vrede" ('Avant deux mois, la Russie me demandera la paix'), zei hij. Helaas voor Napoleon werd er niet gevochten in Finland (door de Zweden), en ook niet via de Balkan. Toen de Russen zagen hoe groot het leger van Napoleon was, trokken ze zich terug. Op hun terugweg pasten ze de tactiek van de verschroeide aarde toe, ze vernielden alles wat maar bruikbaar zou kunnen zijn voor Napoleon, en vergiftigden zelfs de waterputten. In het leger van Napoleon braken dan ook allerlei besmettelijke ziekten uit. Napoleon had gedacht de Russen vlak over de grens al te verslaan en verder van het veroverde land te leven, maar moest een uitputtende tocht maken met schermutselingen en gebrek aan voorraden.
Op 15 augustus, de verjaardag van Napoleon, bereikte zijn leger de rivier de Dnjepr. Confrontaties met het Russische leger werden door Napoleon gewonnen, maar doordat de Russen zich steeds verder terugtrokken werd hij steeds dieper Rusland ingelokt. Na 800 kilometer in 82 dagen bereikte hij Moskou. Op dat moment was al meer dan de helft van het leger van Napoleon omgekomen, en nog steeds had hij geen beslissende slag kunnen leveren. De Russische verliezen waren groter, maar de Russen konden deze nog aanzuiveren. Het Russische leger onder aanvoering van veldmaarschalk Michail Koetoezov had besloten Moskou niet te verdedigen, maar de stad te evacueren, en ook het leger oostelijk van Moskou terug te trekken. Napoleon 'kreeg' Moskou wel, maar de tsaar hoefde zich niet over te geven. Bovendien staken de Russen ook hun eigen "tweede hoofdstad" in brand om zo Napoleon uit te putten. De Russen wilden geen vredesverdrag, en door tekort aan voedsel kon Napoleon niet anders doen dan zich terugtrekken.
De terugtocht uit Rusland was verschrikkelijk. De voedseltekorten waren zo erg dat de soldaten zelfs katten en paarden opaten. Ze moesten alles doen om in leven te blijven. Na de herfstregens volgde de Russische winter, met temperaturen ver beneden het vriespunt. Behalve door de honger overleden nu ook vele soldaten door bevriezing. Toen het leger de rivier de Berezina overstak, begaf een van de geïmproviseerde bruggen het, en vele soldaten kwamen in het ijskoude water om. Het leger werd ook steeds aangevallen, en toen ze op 18 december 1812 de Russische grens bereikten waren er nog maar ongeveer 18.000 soldaten in leven.
Berezina
Napoleon wist dat de tocht naar Rusland een enorme blunder was, maar gaf de strenge winter hier de schuld van. De mensen begonnen te twijfelen en hun vertrouwen in Napoleon te verliezen. Hij keerde terug naar Frankrijk om een nieuw leger te vormen, want zijn tegenstanders zagen dat hij nu erg kwetsbaar was. Ook dit zette kwaad bloed, want hiermee liet hij zijn resterende leger in de steek. Pruisen en verschillende andere Duitse staten liepen over op het moment dat de eerste Russische kozakken in hun achtervolging Napoleons leger tot in Duitsland achternakwamen.
Ze probeerden hem ten val te brengen. Toch wist hij nog een leger van ongeveer 300.000 man bij elkaar te krijgen om zich te verdedigen. Het definitieve keerpunt was de Slag bij Leipzig in 1813. Met zijn resterende troepen kon hij de Geallieerden nog een tijd op afstand houden, maar op 31 maart 1814 werd Parijs veroverd. Napoleon werd op 6 april 1814 gedwongen afstand te doen van de troon, en werd verbannen naar Elba, een eiland in de Middellandse Zee vlakbij de kust van Italië. Lodewijk XVIII nam de macht in Frankrijk over. Deze ging echter tot nieuwe zuiveringen over (Witte Terreur).
Honderd Dagen
Tien maanden na de verbanning naar Elba ontsnapte Napoleon en ging hij terug naar Parijs. Hij kreeg de steun van het volk omdat het niet tevreden was met Lodewijk XVIII. Deze gaf nog wel opdracht Napoleon te arresteren, maar alle agenten en legers die werden gestuurd liepen naar Napoleon over. Het volk was de Witte Terreur zat, en bij het leger was Napoleon nog altijd zeer populair. Zij namen het op voor Napoleon, en Lodewijk vluchtte. De Geallieerden, die op dat moment juist in Wenen een conferentie hadden belegd om de nieuwe grenzen van Europa te bepalen, schrokken zich een hoedje.
Napoleon verslagen bij Waterloo
Nadat Napoleon de macht weer had overgenomen verklaarde hij slechts Frankrijk vreedzaam te willen regeren. De geallieerden geloofden hier niets van, dus stelde hij een nieuw leger samen. Rusland, Oostenrijk, Pruisen en Engeland maakten zich klaar voor een nieuwe oorlog, Napoleon moest zich verdedigen om niet al te kwetsbaar over te komen.
Napoleon wilde met zijn leger de eeuwige vijand Engeland verslaan. De Fransen en de Engelsen troffen elkaar vlak bij Waterloo. Napoleon viel meerdere keren aan, maar de Engelsen hielden stand en toen de Pruisen zich bij de Engelsen aansloten verloor Napoleon op 18 juni 1815 de slag bij Waterloo.
Doordat het leger van Napoleon nog dapper door bleef vechten kon Napoleon ontsnappen. Hij vluchtte naar de havenstad Rochefort en wilde daarvandaan naar Amerika. De haven werd door de Engelsen geblokkeerd, en Napoleon zag geen andere uitweg dan zich over te geven. Op 22 juni 1815 moest Napoleon voor de tweede keer afstand doen van de troon en dit keer voorgoed.
De Engelsen beloofde hem aanvankelijk asiel in hun eigen land, maar eenmaal in hun handen verbraken ze die belofte en verbanden ze de keizer naar het eiland Sint-Helena in de Atlantische Oceaan, waar hij overigens met respect door zijn 'bewakers' werd behandeld. Napoleon bracht zijn laatste jaren door met tuinieren en het schrijven van zijn herinneringen. Gedurende zijn zesjarige verblijf op Sint-Helena werd Napoleon onder andere terzijde gestaan door graaf Charles Jean Francois Tristan de Montholon, een voormalig brigadegeneraal die later executeur testamentair van de keizer werd.
Op 5 mei 1821 stierf Napoleon Bonaparte op Sint-Helena, hij was toen 51 jaar oud. Oorspronkelijk werd aangenomen dat hij was overleden aan maagkanker. Uit later onderzoek zou blijken dat in zijn haar een hoge concentratie arsenicum aanwezig was, wat zou kunnen wijzen op moord. Recent onderzoek toonde echter aan dat die hoge concentraties arsenicum ook al in zijn haar aanwezig waren voordat hij werd verbannen. De ware doodsoorzaak kan dus alleen nog worden vastgesteld als er een autopsie op het lichaam mag worden uitgevoerd. Overigens werd arsenicum vaak voorgeschreven door artsen voor behandeling van maagklachten en psychische problemen. Napoleon had tijdens zijn succesvolle jaren al te lijden van maagklachten zodat hij dit middel waarschijnlijk van zijn eigen artsen al voorgeschreven kreeg.
Napoleons lichaam werd overgedragen aan Frankrijk en werd later in een praalgraf in de Dôme des Invalides te Parijs bijgezet. Dit is tegenwoordig een van de topattracties voor bezoekers van Parijs.
Vrouwen en kinderen
Napoleon had talloze liefdesaffaires met vrouwen en verwekte verschillende buitenechtelijke kinderen, naast zijn enige wettige zoon Napoleon II. De eerste belangrijke vrouw in zijn leven was Désirée Clary, de schoonzuster van Jozef Bonaparte en latere koningin van Zweden. Zij en Napoleon waren sinds 1794 samen en in 1795 en 1796 verloofd. Désirée huwde in 1798 Jean-Baptist Bernadotte, de latere Karel XIV van Zweden.
Napoleon trad in 1796 in het huwelijk met Joséphine de Beauharnais (geboren als Marie-Josèphe-Rose Tascher de la Pagerie), weduwe van Alexandre de Beauharnais, en adopteerde haar twee kinderen Eugène en Hortense. Joséphine werd keizerin der Fransen, maar omdat zij de keizer geen kinderen schonk, liet deze zich op 5 december 1809 van haar scheiden.
Om zijn keizerschap te legitimeren dwong Napoleon in 1810 een huwelijk af met Marie Louise van Oostenrijk, dochter van keizer Frans II/I. Ook zij werd tot keizerin gekroond en schonk Napoleon in 1811 een zoon: Napoleon (II) Frans Karel Jozef, koning van Rome, later hertog van Reichstadt.
Gedurende zijn huwelijk met Joséphine verwekte Napoleon twee onwettige kinderen:
- Charles Léon (1806-1881) bij Eleonore Denuelle de la Plaigne. Zij was een hofdame van zijn eerste vrouw, Josephine.
- Alexandre Colonna Walewski (1810-1868) bij Maria Walewska, zij was een Poolse gravin.
Beide zoons hadden nakomelingen.
Verdere kinderen:
- Émilie Louise Marie Françoise Joséphine Pellapra bij Françoise-Marie LeRoy
- Karl Eugin von Mühlfeld bij Victoria Kraus
- Hélène Napoleone Bonaparte bij gravin Montholon
- Barthélemy St Hilaire (1805-1895)
Gerelateerde onderwerpen
- Napoleon, voor een overzicht van alle Napoleons.
- Napoleoncomplex, een naar Napoleon genoemde term uit de psychologie.
- Napoleontische Oorlogen, de coalities en oorlogen onder deze Napolen.
Zie Franse Revolutie van A tot Z voor een overzicht van onderwerpen rond Napoleon en zijn tijd.
Bronnen
[http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/2371187.stm BBC-nieuws: Britten van blaam gezuiverd aangaande de moord op Napoleon] (Engelstalig)
Categorie:19e eeuw
Categorie:Bonaparte
Categorie:Franse Revolutie
categorie:Napoleontische tijd
Bonaparte, Napoleon
ja:ナポレオン・ボナパルト
ko:나폴레옹 보나파르트
simple:Napoleon
th:นโปเลียน โบนาปาร์ต
1799
Gebeurtenissen
- In Egypte wordt de Steen van Rosetta gevonden.
- 27 augustus - De Engelsen en Russen trachten middels in een invasie in Noord-Holland het stadhouderlijk gezag te herstellen. Schoorl krijgt het zwaar te verduren.
- 9 oktober - De Lutine is een door de Engelsen buitgemaakt Frans fregat dat in de nacht van 9 op 10 oktober met een lading goud en zilver voor Hamburg vergaat tussen Vlieland en Terschelling. Alle driehonderd opvarenden komen daarbij om. Sindsdien hebben velen getracht het goud boven water te krijgen. De schat is echter onbereikbaar geworden omdat de Lutine steeds verder wegzakt.
- Oktober: de Slag bij Castricum Noord-Holland vindt plaats. Franse troepen deinzen terug voor een Russische aanval.
- 18 oktober - De Engelsen en Russen in Noord-Holland besluiten zich over te geven.
- 9 november - Napoleon grijpt de macht van het Directoire in Parijs.
- 22 november - Een aanhangster van het Oranjehuis wordt, liggend in haar doodskist, geëxecuteerd. Het betreft de 42-jarige freule Dorth tot Holthuizen.
- 15 december - Napoleon Bonaparte wordt Eerste Consul van Frankrijk.
Geboren
- 6 juni - Aleksandr Poesjkin
- 4 juli - Jean-Baptist Jules Bernadotte, de latere koning Oscar I van Zweden.
- 18 oktober - Christian Friedrich Schonbein, ontdekker van ozon
Overleden
- 29 augustus - Pius VI (81), Italiaans paus
- 14 december - George Washington (67), eerste president van de Verenigde Staten van Amerika
Categorie:18e eeuw
ko:1799년
ms:1799
th:พ.ศ. 2342
StaatsgreepEen staatsgreep of coup (uit het Frans, kort voor coup d'état) is een snelle politieke handeling, waarbij op een niet-reguliere manier het staatsgezag overgaat van het ene regime naar het andere.
Staatsgrepen zijn dus geen regimewisselingen na bijvoorbeeld verkiezingen. Meestal gaat het hem om gewelddadige acties van een oppositiegroep die het tot dan toe erkende gezag afzet. In dat opzicht kun je bepaalde afzettingen zoals die van Saddam Hoessein in Irak of de nazi's door de VS ook zien als staatsgrepen.
Meestal verstaat men onder 'staatsgreep' het ingrijpen van een politieke groep in een land, waarmee die groep zichzelf installeert als regime. Ook hier is de grens met een afzetting zoals in de eerdergenoemde voorbeelden zeer klein, omdat deze oppositiegroepen vaak door andere landen gesteund worden, zoals in de Koude Oorlog, of recent ook bij Afghanistan toen de Taliban werden afgezet.
Staatsgrepen kunnen ook redelijk vreedzaam verlopen. Met het massale volksprotest - met organisatie van de oppositie - in Servië om Slobodan Milošević af te zetten, om vervolgens Vojislav Koštunica te verkiezen als president, ging niet veel geweld gepaard. Het onderscheid met een bloedloze revolutie is hier echter niet zo groot.
De plegers van een staatsgreep gebruiken zelf de term uiteraard bijna nooit. Zo spraken de militairen van de zonder veel bloedvergieten verlopen 'sergeantencoup' onder leiding van Desi Bouterse op 25 februari 1980 in Suriname aanvankelijk van een 'ingreep', en pas later van een 'revolutie'. De coup in Suriname vond plaats in een sfeer van nationale malaise, politieke machteloosheid en grote ontevredenheid onder de bevolking en ook vooral binnen de lagere rangen van het leger. De sergeanten kregen aanvankelijk dan ook veel steun voor hun 'ingreep' vanuit de bevolking; de internationale politiek stelde zich afwachtend of gematigd-positief op. Eerst na enige tijd, toen de coupplegers met steeds meer geweld hun regime in het zadel wilden houden, werd de aard van de staatsgreep duidelijk. Verhullend taalgebruik onder coupplegers is dan ook duidelijk een manier om de per definitie antidemocratische aard van een staatsgreep te verbergen.
Zie ook
- Putsch
- Sergeantencoup
- Telefooncoup
Categorie:Staat
ja:クーデター
ko:쿠데타
Rooms-katholieke Kerk]]
De Rooms-katholieke Kerk, in de meeste landen ook kortweg Katholieke Kerk genoemd, is de grootste geloofsrichting binnen het christendom. Zij beroept zich op het Oude en Nieuwe Testament van de bijbel, de Traditie en het leergezag van Rome. Tot aan de Reformatie belichaamde ze veel politieke macht. De leider van de Kerk is de bisschop van Rome beter bekend als de paus, die in Rome resideert en aan het hoofd staat van de clerus; hij is tevens staatshoofd van Vaticaanstad.
Geschiedenis
Eerste tot vijfde eeuw
Vanaf de eerste eeuw van onze tijdrekening ontstonden hier en daar in en rond de Middellandse Zee kleine, geïsoleerde christelijke gemeenschappen, eerst in het oostelijk gedeelte, later ook in het westen, en vooral onder de rechtelozen: vrouwen en slaven. Het Romeinse Rijk stond altijd al bekend om zijn religieuze tolerantie, zolang lippendienst bewezen werd aan de staatsreligie. Christenen weigerden te offeren aan de Romeinse goden, wat een van de redenen was voor vele bloedige vervolgingen van christenen door de Romeinse overheden. De christenen accepteerden de heidense keizers wel als staatshoofd, maar absoluut niet als een god. De invloed van het christendom groeide desondanks verder en het werd onvermijdelijk dat de christelijke religie erkend werd: dat gebeurde onder keizer Constantijn, in het begin van de vierde eeuw. Op het einde van dezelfde eeuw, onder keizer Theodosius I, werd het christendom zelfs de Romeinse staatsgodsdienst. Vanaf dat ogenblik zijn de politieke en religieuze macht van de Kerk in het westen nauw verweven.
Vanaf het begin was de jonge Kerk regelmatig het toneel van felle onderlinge discussies en resulterende scheuringen (in het Grieks: schisma), zoals het arianisme en nestorianisme. De bisschop van Rome (nog een Grieks woord; het betekent letterlijk ‘opzichter/toezichthouder’) was Petrus, de apostel die door Jezus "rots, waarop hij de Kerk zou bouwen" werd genoemd; stilaan werd de bisschop van Rome in het westen duidelijk de ‘primus inter pares’, die meer en meer gezag won als hoofd van de Kerk. Dat proces vorderde maar heel beperkt, en alleen in het (Latijnse) westen. In het Griekstalige Oosten oriënteerden de gelovigen zich meer op de patriarch van Constantinopel, hoewel de patriarchen van Antiochië en Alexandrië ook veel invloed hadden. De bisschop van Rome was ook de patriarch van Rome en zijn collega-patriarchen beschouwden hem als een gelijke zonder speciale bevoegdheden over henzelf. Getuigenissen van zowel de oostelijke als de westelijke kerkvaders zijn echter duidelijk over de primaatschap van de zetel van Petrus (Rome) aangaande de einduitspraken over geloofstwisten. De bisschoppen kwamen soms samen in een Concilie, nog steeds het hoogste orgaan binnen de christelijke gemeenschap, zoals dat van Nicea in Turkije, rond 325, om theologische problemen op te lossen die dikwijls over politieke geschillen handelden.
Middeleeuwen
Na de val van het West-Romeinse Rijk werd West-Europa opgedeeld onder de binnengevallen Germanen. Hun nieuwe koninkrijken op het oude Romeinse grondgebied waren de beginpunten van de huidige Europese staten.
In dit versplinterde West-Europa bleek het niet erg moeilijk voor de bisschop van Rome om zijn gezag tenslotte gestaag uit te breiden, en behalve op geestelijk gebied vooral ook op wereldlijk vlak. Dat kon pas nadat West-Europa gekerstend was; vooral Ierse monniken hebben daar een belangrijke rol in gespeeld. Stilaan kwam men ook tot meer eensgezindheid op het vlak van de theologie, die gebaseerd was op de Platonische inzichten van Augustinus, hoewel dat niet zonder slag of stoot ging: zeer geregeld waren er belangrijke scheuringen (die van Pelagius, de Albigenzen of Katharen b.v.), en er was onophoudelijk frictie tussen het Oosten en het Westen. Verder werd de opmars van de islam (voorlopig) gestopt.
De splitsing in een oosterse en westerse Kerk in het jaar 1054 het Grote Schisma, was in feite een formele bevestiging van een reeds lang bestaande situatie. Opnieuw camoufleerden theologische disputen de politieke realiteit; deze keer was er verschil over de leer van de Heilige Geest: de westerse Kerk leert dat de Heilige Geest uitgaat van God de Vader en van God de Zoon. De oosterse Kerk leert dat de Heilige Geest alleen uitgaat van God de Vader.
Een belangrijke rol was weggelegd voor de kloosterorden: over geheel West-Europa werden in twee golven abdijen en kloosters opgericht. Deze bezaten nagenoeg een monopolie op cultuur, scholing, gezondheidszorg en wetenschappen, hoewel er ook enorm veel kennis verloren ging, die pas vanaf de 12e eeuw via de Arabische cultuur geleidelijk terugkwam, wat dan het Thomisme mogelijk maakte, nog steeds één van de fundamenten onder de katholieke theologie.
Het bestrijden van de heterodoxie, ketterijen en schisma's was vanaf het begin van de Kerk een steeds terugkerend thema. Deze strijd werd, uitgaande van het middeleeuwse wereldbeeld, vanaf de 13e eeuw geleverd door de Inquisitie, die als kerkelijke rechtbank in wisselwerking stond met de wereldlijke rechtbanken. De absolute controle op wat er gedacht en/of geschreven mocht worden, was de rol van de Inquisitie, die nu nog steeds bestaat in de vorm van de Congregatie van de Geloofsleer. Maatschappelijke en kerkelijke intolerantie kwam tot uiting in fel antisemitisme; tijdens de Kruistochten –eerder een politiek dan religieus fenomeen- ging het er eveneens bloedig aan toe.
Gedurende de eeuwen ontwikkelde de bisschopszetel van Rome zich tot de stoel van de Christus' plaatsbekleder, het petrusambt, dat een centralisering van de Kerk betekende en lokale bisschoppen aan haar ondergeschikt maakte; de Investituurstrijd had als inzet wie kerkelijke benoemingen mocht uitvoeren: de politiek of de Kerk. Terwijl de Kerk deze strijd formeel won, zal haar invloed vanaf de 16e eeuw beginnen te tanen.
De Nieuwe Tijd
Tijdens de Renaissance was Europa weer welvarend geworden en door de toenemende handel en voortschrijdende techniek werden de Europeanen steeds rijker. De Kerk profiteerde hier ook van en begon steeds meer een praalziek instituut te worden. De hoge clerus hield zich tenslotte hoofdzakelijk bezig met de wereldlijke macht en de geestelijke taken schoten er grotendeels bij in. Vooral de 'renaissance pausen' van de 15de-16e eeuw waren hoewel cultureel een hoogtepunt (bouw van de huidige Sint Pieterskerk) geestelijk en moreel een dieptepunt waarbij verschillende bisschoppen en pausen, zoals die afkomstig van de beruchte familie Borgia, elkaar zelfs naar het leven stonden om de hoogste kerkelijke ambten te bemachtigen.
Corruptie, decadentie, nepotisme en simonie binnen de Kerk zorgden in heel Europa voor een ware opstand, de Reformatie, tegen Rome. Voorlopers waren: Jan Hus (Bohemen), Savonarola (Florence) en John Wycliffe, Engeland. Later gaven Luther (Heilige Roomse Rijk), Johannes Calvijn (Frankrijk/Zwitserland) John Knox (Schotland) en Huldrych Zwingli (Zwitserland) aanleiding tot permanente afscheidingen: zo maakte in 1517 Luther de 95 stellingen tegen de aflaat bekend. Aanvankelijk wilden de meeste van deze protestanten (zoals ze al snel werden genoemd) de Katholieke Kerk niet verlaten maar hervormen door een terugkeer naar de christelijke beginselen zoals deze volgens hen in de evangeliën zijn beschreven. Het optreden van Luther, zijn pacteren met Duitse wereldlijke vorsten en de reactie van de Kerk inzake de oproep tot een concilie dat tot deze interne hervormingen zou moeten leiden, heeft tenslotte geleid tot de afscheiding van de protestanten. Ook Engeland scheurde zich af onder Hendrik de Achtste en vormde de Anglicaanse Kerk. Zoals vaker in de geschiedenis kwamen deze schisma's als gevolg van zowel religieuze als politieke redenen tot stand.
De Kerk reageerde met het Concilie van Trente, de komst van vernieuwingsbewegingen zoals de jezuïetenorde en de verspreiding van de barok. Terwijl grote landstreken in Europa verloren gingen voor Rome tijdens eeuwenlange godsdienstoorlogen die leidden tot een wijdverbreide papenhaat (papa = Latijn voor paus; een katholiek is dus een paap), breidde ze evenwel haar gebied uit tijdens de periode van de Europese kolonisatie.
Het grote kenmerk van de periode na de Middeleeuwen, is dat meer en meer de mens zichzelf als het centrum van de dingen beschouwde, vandaar het humanisme, de zelfverzekerde renaissance, en de opkomst van de (exacte) wetenschappen. Dit zal uiteindelijk uitmonden in de Verlichting, met de vastlegging van het principe van de scheiding tussen Kerk en staat. Dit principe (en andere) zal verspreid worden samen met de Franse Revolutie. Verschillende kerkelijke monopolies, zoals onderwijs en gezondheidszorg werden doorbroken, en aanvankelijk wist Rome niet om te gaan met nieuwe ontwikkelingen zoals darwinisme en socialisme. In deze periode werd het principe van de onfeilbaarheid van de paus vastgelegd. Uiteindelijk zorgde de Kerk wel met de encycliek Rerum Novarum (1891) voor een sociale leer.
Vandaag
Het onafhankelijke Italië bleef knabbelen aan de omvang van de Pauselijke Staten, en in 1929 wordt het Verdrag van Lateranen gesloten tussen de paus en Benito Mussolini: het Vaticaan als onafhankelijk staatje wordt geboren.
In de jaren zestig zorgt het Tweede Vaticaans Concilie voor een vernieuwende interpretatie van de katholieke leer en brengt zo het geloof bij de tijd (aggiornamento). Hierover was en is nog steeds veel discussie: volgens de conservatieven was dit al te vergaand en volgens de progressieven ging dit nog lang niet ver genoeg. Ondanks deze hervormingen blijft de invloed van de RK Kerk in West-Europa dalen. De standpunten van de Kerk, vooral betreffende seksualiteit en moraal worden in het geseculariseerde West-Europa dikwijls beschouwd als controversieel en niet meer passend in de praktijk van de moderne wereld. Terwijl de Kerk zich probeert aan te passen aan de sterk geïndividualiseerde samenleving in het Westen blijft het aantal gelovigen wereldwijd en dan vooral in de ontwikkelingslanden sterk groeien. Hier is het geestelijke, morele en vaak ook politieke gezag van de Kerk nog steeds aanzienlijk. Verschillende vernieuwingsbewegingen ontstaan binnen de Kerk, die vaak de rol van de leek benadrukken, zoals de charismatische beweging, die ook banden met het protestantisme onderhoudt.
Stilaan wordt ook toenadering gezocht tot andere strekkingen binnen het christendom, en andere verwante religies zoals het jodendom. Dat is de zogenaamde oecumenische gedachte.
De Rooms-katholieke Kerk blijft nog altijd verreweg de grootste geloofsrichting binnen het christendom: volgens het Annuario Pontificio (Vaticaans jaarboek) leefden er in 2003 in de hele wereld 1,09 miljard gedoopten, verspreid over 2800 bisdommen en 220 000 parochies. Ongeveer de helft van hen leeft in de Derde Wereld. De Kerk telt 405 000 priesters (1 priester per 2680 gedoopten).
Huidige verdeeldheid en polarisatie
De verdeeldheid binnen de Rooms-katholieke Kerk is sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) ernstig vergroot. Er is sprake van grote polarisatie.
Modernisme
Aan de ene kant staan vele zogenaamde modernistische ofwel progressieve organisaties en groepen. Veel diocesane bisschoppen (in Nederland bijv. Mgr. Bluyssen en Mgr. Muskens) en organisaties zoals Wir sind Kirche (We are Church) en de opgeheven Nederlandse Acht Mei Beweging en de vergrijzende Mariënburgvereniging maken deel van deze factie uit. Zij streven naar een kerkvorm zonder veel grote dogma's en een kerk die zich aanpast aan de wereld van nu, zowel in liturgie als in openbaar optreden. Deze factie wil, dat de Rooms-katholieke Kerk een liberalere positie inneemt ten aanzien van abortus, euthanasie en anti-conceptie. Bovenal zijn hun speerpunten echter: de vrouw in het priesterambt, vergaande democratisering en een vereniging met overige wereldgodsdiensten. Direct gevoeld werd de invloed van deze factie na de liturgiehervorming eind jaren '60 en de invoering van de Nieuwe Liturgie (Novus Ordo Missae) van Paulus VI. Men denke in Nederland aan de invloed van de ex-Jezuïet en pastor van de Amsterdamse Studentenekklesia Huub Oosterhuis en zijn liedgoed op de nieuwe katholieke liturgie. Internationaal is de naam van de theoloog Hans Küng bekend.
Gematigd modernisme
Dan bestaat er een gematigd progressieve, op enige vlakken modernistische, factie bestaande uit bepaalde kardinalen zoals Walter kardinaal Kasper, Karl kardinaal Lehmann, aartsbisschop Jean-Marie Lustiger en enige andere curiekardinalen en zeer vele bisschoppen uit Europa en Noord-Amerika. Zij willen op een voorzichtige wijze openingen maken naar het vrouwelijke priesterambt, meer uitwisseling met de wereld en een wereldraad waarin alle wereldgodsdiensten samen kunnen komen, elk met hun verschillende inzichten. De gematigd progressieve factie vindt, dat de veranderingswil van het Tweede Vaticaans Concilie niet ten volle uitgewerkt is.
Conservatisme
Dan is er de conservatieve factie. Zij hebben alle hervormingen van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) aangenomen en wensen, dat deze rustig worden uitgewerkt. Men neemt wat betreft de moraaltheologie de kerkelijke leer wat betreft abortus, euthanasie en anti-conceptie aan, hoewel de een iets verder gaat dan de ander. Wat betreft de toenadering tot andere godsdiensten ondersteunen zij onvoorwaardelijke de huidige moderne lijn van het Vaticaan. Doorgaans wil men in de oecumene toenadering tot de overige christelijke kerkgenootschappen. De missioneringsgedachte van vóór het Tweede Vaticaans Concilie heeft deze factie doorgaans reeds afgelegd voor de moderne oecumenische gedachte en praktijk van zogenaamde Dialoog, omdat men in de overige denominaties en godsdiensten ook waardevolle elementen zegt te ontwaren. Toch streeft men niet direct naar een fusionerende oplossing zoals de progressieve facties. Deze factie is soms ontevreden over de uitvoering van de Nieuwe Liturgie van Paulus VI, maar accepteert de liturgiehervorming van 1969/1970 ten volle. Tot deze factie behoren Paus Benedictus XVI en de meeste bisschoppen uit de Derde-Wereld en Zuid-Amerika. Een bekende representant was ook Paus Johannes-Paulus II die sterk de toenadering met andere godsdiensten zocht en daarbij geen missionering bedreef (Assisi Gebedsconferentie 1986), maar tegelijkertijd toch de noodzaak benadrukte van de "cultuur van het leven". Hij verwierp derhalve abortus, euthanasie en kunstmatige anti-conceptie. Op ecclesiologisch vlak is deze conservatieve factie ook meegegaan met de moderne opvatting. De vrouw in het priesterambt blijft er evenwel nog taboe. De conservatieve factie is in het algemeen - uitzonderingen daargelaten: bijv. het afzetten van theoloog Hans Küng - redelijk verdraagzaam ten opzichte van de progressievere facties. Men blijft onverzettelijk qua morele standpunten, maar tolereert de progressieve facties wel in kerkelijke functies en op hoge kerkelijke posities. Slechts bij tijd en wijle komt uit deze factie verzet voort tegen de progressievere (modernistische) facties. Een bekend voorbeeld van dit conservatief verzet tegen progressiviteit is het Contact Rooms-Katholieken (CRK) in Nederland.
Traditionalisme
Rechts van de conservatieve factie is het zogenaamde Rooms-katholieke traditionalisme te vinden. Deze traditionalistische factie wordt ook wel incorrect "ultra-conservatief" of - bijtend - "integralistisch" genoemd. Algemeen kenmerk is het vasthouden aan de Tridentijnse H. Mis (ook wel: Mis van altijd, Traditionele Latijnse Mis, overgeleverde ritus). De vanaf de Oudheid organisch gegroeide Romeinse christelijke liturgie werd in 1570 - als reactie op de vernieuwingen tijdens de Reformatie - gecodificeerd door Paus Pius V en draagt soms ook de naam Mis van Pius V of Piánum. Nadat reeds vanaf 1963 doorheen de R.K. Kerk liturgische vernieuwingen terrein wonnen, werd in 1969 (1970) door Paus Paulus VI een Nieuwe Liturgie (Novus Ordo Missae) ingevoerd. Door de apostolische constitutie Missale Romanum (1969) werd de facto (in de praktijk) afgerekend met de eeuwenoude Tridentijnse liturgie, hoewel de jure (wettelijk) deze oude liturgie nog te gebruiken bleef. Direct op de invoering van de Nieuwe Liturgie door Paulus VI kwam een storm van verontwaardiging van traditionalistische katholieken - die toch al niet gelukkig waren met het Tweede Vaticaans Concilie - op gang. [http://www.ecclesiadei.nl/docs/kortkritischonderzoek.pdf] Bovendien protesteerden de curiekardinalen Alfredo kardinaal Ottaviani en Antonio kardinaal Bacci openlijk tegen de Nieuwe Liturgie met hun Kort Kritisch Onderzoek van de Nieuwe Ordo Missae. Deze door Pius XII benoemde kardinalen waagden zelfs de geldigheid in twijfel te trekken en noemden de Algemene Inleiding tot het Nieuwe Missaal "ketters" en "protestants". Dit document, aan Paulus VI aangeboden door de kardinalen en een groep zeer behoudende Romeinse professoren, verspreidde zich door Gravin Guerrini snel over de gehele katholieke wereld. Inmiddels bleven verspreid over de katholieke wereld groepjes behoudende priesters de Tridentijnse liturgie aanhouden voor hun Misvieringen.
De groepen binnen de traditionalistische factie verschillen qua verdere theologische posities wel enigszins van elkaar. De Priesterbroederschap van Sint Petrus (FSSP) is officieel door het Vaticaan erkend en is zelfs een gemeenschap van Pauselijk Recht. Zij gebruikt de Tridentijnse ritus met toestemming van de lokale bisschoppen. De FSSP is de belangrijkste organisatie (congregatie) binnen de Indult-Mis-beweging onder de traditionalisten. Indult-Missen worden soms ook gecelebreerd door priesters uit de bisdommen zelf. Men erkent de resultaten en uitwerkingen van het Tweede Vaticaans Concilie en ook de liturgiehervorming van Paulus VI wordt door hen niet in twijfel getrokken. De Tridentijnse ritus geniet echter sterk de voorkeur - niet in het minst vanwege de liturgische misbruiken en vernieuwingen die op lokaal vlak - zo ziet ook het Vaticaan het inmiddels - veel schade aan zouden richten.
De bekendste wereldwijd werkzame groep is wel de Priesterbroederschap Sint Pius X (FSSPX), in 1970 in Zwitserland opgericht door aartsbisschop Mgr. Marcel Lefebvre (1905-1991), die vanaf 1988 niet langer erkend wordt door de Vaticaanse autoriteiten. Deze momenteel sterk groeiende groep wijst de hervormingen van de liturgie af als modernistische uitvindsels. Men gebruikt uitsluitend de Tridentijnse ritus voor de Mis. Tevens ziet de FSSPX in de documenten van het Tweede Vaticaans Concilie bepaalde leerstellige dwalingen, die men - logischerwijs - dan ook weigert aan te nemen. Met name de conciliaire concepten van oecumene, de liturgiehervorming, het principe van morele godsdienstvrijheid en het universalistische heilsconcept (zoals in 1978 uitgewerkt in de encycliek Redemptor Hominis door Johannes-Paulus II), worden uitdrukkelijk verworpen. Rond de FSSPX hebben zich bepaalde kloosters en abdijen geschaard die dezelfde posities aanhangen. De FSSPX erkent de legitimiteit van Paus Benedictus XVI wel. De congregatie heeft altijd haar verbondenheid met de Heilige Stoel (Vaticaan) beleden. Nog in augustus 2005 werd de belangrijke FSSPX-leider Bisschop Mgr. Bernard Fellay ontvangen door Benedictus XVI.
Enige traditionalistische groeperingen wijzen zelfs radicaal de legitimiteit van de Pausen na de dood van Paus Pius XII af. Deze noemt men de sedisvacantisten (van Sede Vacante: Lege H. Stoel). Door de ketterijen die door het Tweede Vaticaans Concilie en de "Conciliaire" Pausen verbreid zijn, redeneren de sedisvacantisten binnen de traditionalistische factie, hebben deze Pausen hun ambt automatisch verloren, want "ketters zijn geen lid van de Kerk en kunnen dus ook geen hoofd van de Kerk zijn". De sedisvacantisten houden dan ook vast aan de Tridentijnse liturgie. Zij verwerpen het Tweede Vaticaans Concilie in het geheel als een niet-katholieke synode en een poging om de Rooms-Katholieke Kerk omver te werpen. Vele sedisvacantisten zien de ondermijning van het Pausschap en de kerkelijke leer als inmiddels tamelijk geslaagde pogingen van de Vrijmetselarij om het Christendom uit te roeien. In Vlaanderen is het Italiaanse Istituto Mater Boni Consilii actief. Dat priesterinstituut houdt de sedisvacantistische positie aan. Vele sedisvacantisten wijden zonder toestemming van het Vaticaan zelf hun bisschoppen en priesters. Een bekende sedisvacantistische leider was aartsbisschop mgr. Pierre-Martin Ngo Dinh Thuc († 1984), van wie de apostolische wijdingslinie (Thuc Line) van vele sedisvacantistische bisschoppen (in VS, Frankrijk, Duitsland) afkomstig is. Thuc legde eind jaren '70 en begin jaren '80 meermaals de verklaring af, dat de H. Stoel onbezet (vacante) is. De sedisvacantisten zijn slechts een zeer kleine groepering.
De traditionalistische factie wordt in het algemeen door zowel de conservatieve factie als de progressievere facties, die alle de Nieuwe Liturgie aangenomen hebben, met grote vijandigheid bejegend. In de media worden zij onophoudelijk afgeschilderd als dinosauriërs uit het stenen tijdperk. Toch groeien zowel de Indult-groeperingen als de omstreden Priesterbroederschap Sint Pius X met verbazingwekkende snelheid. Met de doorgaande leegloop in de West-Europese Kerk en de voortschrijdende secularisatie lijkt de invloed van het groeiend aantal kerkgetrouwere traditionalisten steeds verder toe te nemen.
Evangelisatie
Missionarissen uit de westerse landen werden naar gekoloniseerde landen gestuurd om daar te preken en de lokale bevolking tot het katholieke geloof te bekeren. In Spaans en Portugees Amerika gebeurde de 'bekering' van de oorspronkelijke bevolking grotendeels onder (soms grove) dwang. In later eeuwen in Afrika en Azië vertrouwden missionarissen meer op hun overtuigingskracht. In veel landen, ook in Europa en Amerika, stonden zij bovendien aan de wieg van charitatieve instellingen en gezondheidszorg. Eveneens in Europa was de Kerk meestal de grondlegger van de gezondheidszorg en het onderwijs. Veel ziekenhuizen en scholen werden tot voor kort of worden nog steeds door kloosterorden en congregaties gerund.
Structuur en organisatie
De Rooms-katholieke Kerk is de oudste, nog steeds functionerende organisatie ter wereld. Hierin is ze werkelijk uniek. Het is de enige organisatie ter wereld die aantoonbaar ononderbroken heeft gefunctioneerd sinds de 1e eeuw en het enige instituut van het Romeinse rijk dat heeft weten te overleven tot in de moderne tijd. Ook het archief en de bibliotheek van het Vaticaan zijn voor zover bekend de oudste ter wereld. Er zijn echter (onbevestigde) berichten dat sommige boeddhistische kloosters nog oudere archieven en bibliotheken bezitten.
De organisatie van de Kerk is het eindpunt van een eeuwenlange evolutie; hier volgt een beschrijving hoe de Kerk vandaag georganiseerd is. De Kerk kent een strakke organisatiestructuur, met zowel verticale als horizontale assen, een Kerk georganiseerd in kruisvorm.
- Verticaal: van paus tot gelovige leek; en
- Horizontaal: op verschillende niveaus bestaat een aantal al dan niet formele instellingen naast elkaar.
De Kerk kent haar eigen rechtbanken die zich baseren op het canoniek recht. De Kerk is geen democratie en er bestaat geen scheiding tussen de wetgevende, uitvoerende en controlerende macht. Alle macht wordt geconcentreerd in de persoon van de paus.
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen de paus als politiek staatshoofd van het Vaticaan, wat niet veel om het lijf heeft, en als religieus leider waarbij de paus wereldwijd zeer invloedrijk is.
Van paus tot gelovige (Verticale structuur)
canoniek recht]
De paus regeert eigenmachtig (hoewel zijn macht informeel beperkt wordt) door middel van decreten en richtlijnen. De grote lijnen en principes worden verwoord in encyclieken, apostolische exhortaties en vele andere documenten. Deze worden in het Latijn gepubliceerd en benoemd met de eerste woorden ervan. Zo behandelt de encycliek "Rerum Novarum" ('over nieuwe zaken') de sociale leer van de Kerk en de encycliek "Humanae Vitae" ('over het menselijk leven') de houding van de Kerk ten aanzien van geboortenregeling.
Formeel wordt zo'n brief naar alle bisschoppen gestuurd, die gewoonlijk (maar niet altijd) een geografisch gebied onder zich hebben. Zij moeten de inhoud verder spreiden onder de priesters, die hun gelovigen moeten inlichten, en verklaringen verschaffen, indien nodig. Een encycliek geldt voor alle gelovigen, in de hele wereld.
Een "herderlijke brief" daarentegen is vrijblijvender en dikwijls gericht tot een beperkt gebied, of een gedeelte van de gelovigen, bijvoorbeeld alleen voor priesters, of alleen voor katholieke Amerikanen.
Geografische structuur (Horizontale structuur)
Een plaatselijke kerk, een zogenaamde "parochie," wordt geleid door een pastoor. Enkele parochies vormen samen een dekenaat (ook: decanaat) dat onder leiding staat van een deken. (In de praktijk stelt de invloed van het dekenaat niet veel voor, de pastoor is verantwoordelijk voor zijn parochie.) Een aantal dekenaten vormt samen een bisdom (ook: diocees) dat door een bisschop bestuurd wordt; hij wordt daarin geassisteerd door een bestuursorgaan, de bisschoppelijke curie. Meerdere bisdommen samen vormen een kerkprovincie onder leiding van een metropoliet. De grenzen van kerkprovincies in kleine staten, zoals Nederland en België, vallen meestal samen met de landsgrenzen. Voor kerkprovincies in grotere staten met veel katholieken gaat dit meestal niet op.
Hiernaast zijn er kardinalen, deze worden door de Paus benoemd (officieel: "gecreëerd,") en kiezen de opvolger van de Paus bij zijn overlijden. Pauselijk aftreden is in de geschiedenis maar enkele keren voorgekomen. De paus wordt in zijn bestuurlijke taken bijgestaan door een bestuurslichaam, de zogenaamde Romeinse Curie.
Zie ook:
- Hiërarchie van de Rooms-katholieke Kerk
- Lijst van rooms-katholieke bisdommen
Positie van het Vaticaan
Vaticaanstad, het gedeelte van Rome waar Petrus begraven ligt en de paus zijn zetel heeft, heeft de status van een onafhankelijk land; veel landen hebben daarom naast een ambassade in Italië een ambassade bij het Vaticaan. Het Vaticaan heeft op haar beurt een nuntius als ambassadeur in vele landen. Dit betekent dat de organisatie van de Kerk en de betrekkingen met staten los van elkaar georganiseerd zijn.
Leer van de Kerk
De christelijke leer gaat ten diepste terug op de persoon en het optreden van de Heer Jezus Christus. Christenen belijden dat in Jezus God Zelf mens is geworden, alhoewel Hij God bleef, en naar de aarde gekomen is om zondaren te redden van de dood, het kwaad en de duivel. In de bijbel is de beloofde komst en de betekenis van Christus komst vastgelegd. De christelijke leer heeft zijn oorsprong in de boodschap van de bijbel. Voor de rooms-katholieken ligt een aantal geloofspunten vast. Aan deze waarheden, dogma's genaamd, valt niet te tornen. De belangrijkste geloofswaarheden staan opgesomd in de apostolische geloofsbelijdenis .
Naast de bijbel erkennen de rooms-katholieken ook het recht van de Traditie of de overlevering. De Traditie is alles wat in de kerkhistorie als openbaring van de geloofsleer naar voren is gekomen. De onfeilbaarheid van de Paus in geloofszaken is gefundeerd op de Traditie en pas in 1870 als dogma bekrachtigd. In de loop van de tijd zijn er ook enkele andere geloofspunten als dogma "gedefinieerd," zoals in 1950 de tenhemelopneming van Maria. Alleen de paus kan iets als dogma "definiëren," en hij zal dat in de praktijk alleen doen bij zaken die al eeuwen, vanuit de Traditie, door het grootste gedeelte van de Kerk zo worden geloofd.
Volgens de leer van de Kerk, is de Rooms-katholieke Kerk de oorsprong van alle kerken binnen het christendom, omdat de paus, de leider van de Rooms-katholieke Kerk, de opvolger is van de apostel Petrus. Op grond van dit primaatschap zijn volgens de Rooms-katholieke Kerk alle christenen, dus ook alle kerkgenootschappen, gehouden om het gezag van de paus te erkennen. De Rooms-katholieke Kerk wordt ook de Kerk van Rome genoemd. Naast de Rooms-katholieke Kerk, zijn er vele Kerken met een andere ritus, die in gemeenschap (communio) met de Kerk van Rome leven en het primaatschap van de Paus erkennen (zie Oosters-katholieke Kerken). De belangrijkste geünieerden zijn:
Zie ook
- Portaal christendom
- Categorie: Rooms-katholieke Kerk
Externe links
- http://www.vatican.va
- http://www.katholieknederland.nl
- http://www.rorate.com
- http://www.katholieknieuwsblad.nl
- http://www.kerknet.be
- http://www.catholica.nl
- http://www.katholiek.tk
Categorie:Rooms-katholieke Kerk
ja:カトリック教会
ko:카톨릭
ms:Gereja Roman Katolik
simple:Roman Catholicism
Napoleon Bonaparte
Napoleon Bonaparte (15 augustus 1769 – 5 mei 1821) was Eerste Consul van Frankrijk van 11 november 1799 tot 18 mei 1804, daarna tot 6 april 1814 en van 20 maart tot 22 juni 1815 keizer der Fransen, van 31 maart 1805 tot 1814 koning van Italië en van 12 juni 1806 tot 1813 beschermheer van de Rijnbond.
Jeugd
Napoleone Buonaparte (zijn echte geboortenaam) werd geboren in Ajaccio op het eiland Corsica. De familie van Napoleon behoorde tot de verarmde adel van Corsica. Zijn ouders, Carlo Buonaparte en Maria Laetitia Ramolino, sloten zich aan bij de Franse regering op Corsica. Hierdoor kon Napoleon een studiebeurs in Frankrijk krijgen. Inmiddels was de Franse Revolutie uitgebroken en de jonge Napoleon sloot zich enthousiast hierbij aan. Hij studeerde aan de militaire scholen van Brienne en Parijs. Toen hij deze laatste verliet was hij tweede luitenant van de artillerie in het Revolutionaire leger. Later volgde bevordering tot kapitein.
Onder leiding van Napoleon werd Toulon veroverd op door de Engelsen gesteunde Franse koningsgezinden. Hiervoor kreeg hij een eervolle vermelding en werd hij benoemd tot brigadegeneraal, op 24-jarige leeftijd.
Toulon
Napoleon aan de macht
In maart 1796 kreeg Napoleon als 26-jarige het bevel over het Franse leger aan het Italiaanse front. Hij was klein en tenger van gestalte, en kreeg de leiding over een leger van ongeveer 30.000 man. Er was gebrek aan voedsel en kleding, waardoor ook vechtlust en motivatie ontbraken. Napoleon deed hen grootse beloften om het moreel van de troepen op te vijzelen: zo zei hij bijvoorbeeld tegen zijn soldaten dat hij ze naar de rijkste plekken ter wereld zou leiden, waar ze eer, roem en rijkdom zouden krijgen. En zo trok het leger naar Italië.
De Italiaanse veldtocht moest vanuit drie richtingen worden uitgevoerd. Het leger moest volgens opdracht van de regering (het Directoire), door de Povlakte en langs de Etsch naar Wenen trekken, terwijl de Oostenrijkse hoofdstad vanuit het noorden zou worden aangevallen door het Samber-en-Maasleger. Napoleon wist dit wel, maar had zo zijn eigen ideeën. Hij was namelijk heel goed in het vinden van de zwakke plek van zijn tegenstanders. En zo versloeg hij ze een voor een.
Eerst veroverde hij Illesimo en daarna Milaan. Napoleon liet buiten medeweten van de Franse regering om zijn tegenstanders verdragen volgens zijn eigen voorwaarden ondertekenen. Hij dwong de Kerkelijke Staat en de hertogen van Parma en Modena tot een wapenstilstand. Napoleon veroverde Italië en hij liet de bevolking zware schattingen betalen die hij naar Parijs stuurde om de regering daar rustig te houden.
Ook moesten de veroverde gebieden dezelfde grondwet aannemen als Frankrijk. De successen van Napoleon in Italië bleven ook in Frankrijk niet onopgemerkt en hij werd steeds populairder bij het Franse volk. Napoleon was nu overal bekend en was door zijn overwinningen de held van Frankrijk geworden.
Modena
Na de overwinningen in Italië - dat hij later zijn Koninkrijk Italië noemde - ging hij naar Egypte, want hij wilde ook gebieden in het Oosten hebben. De regering wilde eigenlijk dat hij oorlog tegen Engeland voerde, maar Napoleon was van mening dat de Engelsen het best bestreden konden worden door hun handel in het Oosten te blokkeren. Hij behaalde de overmacht en trok via Malta Egypte binnen. Al snel veroverde hij Egypte, maar Engeland won enkele dagen later, op 1 augustus 1798, een zeeslag (Slag op de Nijl) en had daardoor het Middellandse-Zeegebied in handen, waardoor Napoleons leger in Egypte vastzat.
Ook Oostenrijk, Turkije, Rusland en Napels verklaarden de Fransen de oorlog. Hierdoor verloor Frankrijk al zijn bezittingen in Italië, op Genua na. Maar toen Napoleon de Franse toestand vernam, ontsnapte hij uit Egypte en trok naar Parijs.
Hij kreeg de steun van het volk, omdat men met de huidige regering ontevreden was. Hij zette de regering af; dit was het begin van een nieuw tijdperk. Er kwam een nieuwe grondwet, die inhield dat er drie mannen, Consuls genaamd, de macht kregen. Het Consulaat werd op 15 december 1799 geïnstalleerd. Napoleon werd de eerste consul. Zij mochten 10 jaar aan de macht blijven, maar eigenlijk had alleen de eerste consul, Napoleon, de macht over heel Frankrijk in handen.
Hij deed er alles aan Frankrijk weer op de been te krijgen, en hij begreep dat je een land het beste kon opbouwen als er vrede was. Napoleon bood Engeland en Oostenrijk vrede aan, maar deze waren het niet eens met de voorwaarden en besloten samen een bondgenootschap tegen Frankrijk te vormen.
Hierdoor braken er weer nieuwe oorlogen uit, maar het leger van Napoleon won uiteindelijk toch. Op 9 februari 1801 werd in Lunéville het vredesverdrag door Oostenrijk en Napels getekend. Het bondgenootschap tussen Oostenrijk en Engeland was inmiddels verbroken. Door dit vredesverdrag kreeg Frankrijk weer in het grootste deel van Italië de macht. Later tekende ook Rusland het vredesverdrag.
Op 15 augustus van datzelfde jaar sloot Napoleon een overeenkomst met Paus Pius VII. Zo werd Napoleon ook geliefd bij de katholieken. Op 27 maart 1802 werd eindelijk ook vrede gesloten met de Engelsen.
Dit maakte Napoleon immens populair. Het volk bepaalde dat hij consul voor het leven zou worden, en door middel van een nieuwe grondwet, waarin bepaald werd dat hij zelf verdragen mocht sluiten en zelf rechterlijke beslissingen ongeldig mocht verklaren, verstevigde hij zijn machtspositie. Napoleon werd alleenheerser over Frankrijk. Frankrijk was een dictatuur geworden.
dictatuur
Maar Napoleon wilde meer dan consul voor het leven zijn, en hij liet zich door de senaat tot "Keizer der Fransen" uitroepen. Door een volksstemming gebeurde dit dan ook. Op 2 december 1804 kroonde Napoleon zichzelf in aanwezigheid van Paus Pius VII in de Notre-Dame tot Keizer. Later werd hij door dezelfde paus na zijn aanvallen op pauselijke staten geexcommuniceerd.
Vernieuwingen ingevoerd tijdens het Napoleontische bewind
Gedurende het bewind van Napoleon werden veel bestuurlijke vernieuwingen in het door Frankrijk beheerste gebied ingevoerd. Nadat Napoleon verslagen was bleven in de vroegere Franse gebieden veel van deze vernieuwingen toch gehandhaafd omdat deze hun nut ondertussen bewezen hadden.
geexcommuniceerd
- We rijden in Europa rechts.
- Maten als de kilo, de meter en de liter werden ingevoerd en oude maten werden afgeschaft. De eerste stap naar het SI.
- Mensen moesten een achternaam opgeven. Sommigen gingen er van uit dat deze na de ondergang van Napoleon weer zou worden afgeschaft, en kozen daarom namen als Naaktgeboren of Poepjes.
- Veel (burgerlijke) wetgeving stamt uit deze tijd, zie het artikel over de Code Napoleon.
- De meeste speciale voorrechten en privileges van kerk en aristocratie werden afgeschaft en ze werden gelijkgesteld met de rechten en plichten van de burgerij.
- Veel versnipperde kleine staatjes, vorstendommen en heerlijkheden werden samengevoegd tot grotere overzichtelijke eenheden (Reichsdeputationshauptschluss, Rijnbond).
- Onderwijs en gezondheidszorg werden beter geregeld en beter toegankelijk gemaakt voor de gewone burgers.
- Carrièremogelijkheden voor iedereen in overheidsbestuur en leger omdat vanaf Napoleon iemands capaciteiten belangrijker werden dan iemands afkomst.
Bondgenoten en vijanden
Bondgenoten
De eerste bondgenoten van Napoleon waren allerlei landen die al vóór zijn machtovername onder Franse leiding stonden. Zo kreeg hij de beschikking over Nederland en delen van Duitsland en Italië. Hij zette daar verschillende familieleden op de troon: zijn oudere broer Jozef werd koning van Napels en later Spanje, zijn broer Lodewijk koning van Holland, zijn broer Jérôme koning van Westfalen, zijn zus Elisa prinses van Lucca en Piombino en groothertogin van Toscane, zijn zwager Joachim Murat eveneens koning van Napels (na Jozef) en zijn stiefzoon Eugène de Beauharnais onderkoning van het Koninkrijk Italië.
In 1801 voegden Oostenrijk en Rusland zich hierbij. Engeland sloot zich in 1802 aan. Napoleon had toen voldoende politieke rust en kon beginnen met de heropbouw van Frankrijk. Engeland was maar tijdelijk een bondgenoot, en van alle tegenstanders van Napoleon was Engeland de belangrijkste.
Vijanden
Vanaf 1803 kreeg Napoleon steeds meer vijanden. Engeland was de eerste die het bondgenootschap opzegde, daarna sloten Rusland, Zweden, Duitsland, Oostenrijk en Napels zich hierbij aan en samen verklaarden ze Frankrijk de oorlog. De Oostenrijkers vielen Beieren binnen en Napoleon vocht terug. Hij versloeg een groot Oostenrijks leger bij Ulm, en ging toen door naar Wenen en bezette de Oostenrijkse hoofdstad. De Oostenrijkse en Russische legers wilden Wenen terugveroveren maar dit lukte hen niet. Deze slag werd in Austerlitz beslecht.
De Russische veldtocht van het "Grande Armée"
Het bondgenootschap met Frankrijk leidde tot klachten van de Russische handel en nijverheid. Zij waren grotendeels afhankelijk van handelsbetrekkingen met Engeland, terwijl een van de voorwaarden van het bondgenootschap deelname aan de blokkade van Engeland was. De Russische tsaar, die zag dat zijn economie schade opliep, trachtte deze voorwaarden te verzachten. Napoleon bleek echter doof voor deze klachten, en uiteindelijk herstelde de tsaar het contact met zijn oude handelspartner Engeland. Op 31 december 1810 liet Rusland weten geen bondgenoot meer te willen zijn van Frankrijk. Napoleon was het hier niet mee eens, en trok naar Rusland; hij had het plan om heel Europa te veroveren. In 1812 maakten Frankrijk en Rusland zich dan ook klaar voor de oorlog.
Napoleon stelde een leger van 500.000 man van verschillende nationaliteiten samen aan de oostgrens van het huidige Polen. Naast Fransen (50% bij infanterie, 35% bij cavalerie) waren ook vertegenwoordigd: Italianen, Polen, Pruisen, Zwitsers, Hollanders, Duitsers en Spanjaarden. Het leger werd het "Grande Armée" genoemd. Op 24 juni stak hij de rivier Nemunas (Niemen) over, en viel hij Rusland binnen. "Over twee maanden vraagt Rusland mij om vrede" ('Avant deux mois, la Russie me demandera la paix'), zei hij. Helaas voor Napoleon werd er niet gevochten in Finland (door de Zweden), en ook niet via de Balkan. Toen de Russen zagen hoe groot het leger van Napoleon was, trokken ze zich terug. Op hun terugweg pasten ze de tactiek van de verschroeide aarde toe, ze vernielden alles wat maar bruikbaar zou kunnen zijn voor Napoleon, en vergiftigden zelfs de waterputten. In het leger van Napoleon braken dan ook allerlei besmettelijke ziekten uit. Napoleon had gedacht de Russen vlak over de grens al te verslaan en verder van het veroverde land te leven, maar moest een uitputtende tocht maken met schermutselingen en gebrek aan voorraden.
Op 15 augustus, de verjaardag van Napoleon, bereikte zijn leger de rivier de Dnjepr. Confrontaties met het Russische leger werden door Napoleon gewonnen, maar doordat de Russen zich steeds verder terugtrokken werd hij steeds dieper Rusland ingelokt. Na 800 kilometer in 82 dagen bereikte hij Moskou. Op dat moment was al meer dan de helft van het leger van Napoleon omgekomen, en nog steeds had hij geen beslissende slag kunnen leveren. De Russische verliezen waren groter, maar de Russen konden deze nog aanzuiveren. Het Russische leger onder aanvoering van veldmaarschalk Michail Koetoezov had besloten Moskou niet te verdedigen, maar de stad te evacueren, en ook het leger oostelijk van Moskou terug te trekken. Napoleon 'kreeg' Moskou wel, maar de tsaar hoefde zich niet over te geven. Bovendien staken de Russen ook hun eigen "tweede hoofdstad" in brand om zo Napoleon uit te putten. De Russen wilden geen vredesverdrag, en door tekort aan voedsel kon Napoleon niet anders doen dan zich terugtrekken.
De terugtocht uit Rusland was verschrikkelijk. De voedseltekorten waren zo erg dat de soldaten zelfs katten en paarden opaten. Ze moesten alles doen om in leven te blijven. Na de herfstregens volgde de Russische winter, met temperaturen ver beneden het vriespunt. Behalve door de honger overleden nu ook vele soldaten door bevriezing. Toen het leger de rivier de Berezina overstak, begaf een van de geïmproviseerde bruggen het, en vele soldaten kwamen in het ijskoude water om. Het leger werd ook steeds aangevallen, en toen ze op 18 december 1812 de Russische grens bereikten waren er nog maar ongeveer 18.000 soldaten in leven.
Berezina
Napoleon wist dat de tocht naar Rusland een enorme blunder was, maar gaf de strenge winter hier de schuld van. De mensen begonnen te twijfelen en hun vertrouwen in Napoleon te verliezen. Hij keerde terug naar Frankrijk om een nieuw leger te vormen, want zijn tegenstanders zagen dat hij nu erg kwetsbaar was. Ook dit zette kwaad bloed, want hiermee liet hij zijn resterende leger in de steek. Pruisen en verschillende andere Duitse staten liepen over op het moment dat de eerste Russische kozakken in hun achtervolging Napoleons leger tot in Duitsland achternakwamen.
Ze probeerden hem ten val te brengen. Toch wist hij nog een leger van ongeveer 300.000 man bij elkaar te krijgen om zich te verdedigen. Het definitieve keerpunt was de Slag bij Leipzig in 1813. Met zijn resterende troepen kon hij de Geallieerden nog een tijd op afstand houden, maar op 31 maart 1814 werd Parijs veroverd. Napoleon werd op 6 april 1814 gedwongen afstand te doen van de troon, en werd verbannen naar Elba, een eiland in de Middellandse Zee vlakbij de kust van Italië. Lodewijk XVIII nam de macht in Frankrijk over. Deze ging echter tot nieuwe zuiveringen over (Witte Terreur).
Honderd Dagen
Tien maanden na de verbanning naar Elba ontsnapte Napoleon en ging hij terug naar Parijs. Hij kreeg de steun van het volk omdat het niet tevreden was met Lodewijk XVIII. Deze gaf nog wel opdracht Napoleon te arresteren, maar alle agenten en legers die werden gestuurd liepen naar Napoleon over. Het volk was de Witte Terreur zat, en bij het leger was Napoleon nog altijd zeer populair. Zij namen het op voor Napoleon, en Lodewijk vluchtte. De Geallieerden, die op dat moment juist in Wenen een conferentie hadden belegd om de nieuwe grenze | | |